Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Bang voor trein en auto

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1839

Er was een tijd dat mensen doodsbang waren voor revolutionaire uitvindingen als de auto en de trein.

Bij de komst van de eerste stoomtrein in 1839 klopte bij veel Nederlanders het hart in de keel. Boeren waren bang dat hun koeien zo van slag zouden raken door het sissende en stampende monster dat ze nooit meer melk zouden produceren. En dan die ongehoorde snelheid van wel 38 kilometer per uur! De adem van de passagiers zou er vast en zeker door worden afgeknepen. Een ritje met dit transportmiddel kon niets anders dan pure zelfmoord betekenen. De koeien bleven echter rustig melk geven en vergeleken met de koets en de trekschuit ging het reizen opeens zoveel sneller en comfortabeler! De trein werd een ongekend succes.

Hetzelfde gold voor de auto. Zo mochten de eerste exemplaren in Engeland buiten de bebouwde kom niet harder dan 6,5 kilometer per uur rijden. In dorpen en steden moest een man met een rode vlag voorop lopen. Toen in 1896 de Leidenaar W.F. Hartrop als een van de eersten in Nederland een ritje op de openbare weg wilde maken, mocht dat alleen als hij zijn automobiel bij tegemoetkomend verkeer aan de kant zette. Hondenkarren, paarden, fietsers en voetgangers diende hij ruim baan te geven. Tien jaar later waagde ir. C. Lely, de latere minister van Waterstaat, de voorspelling te doen dat de auto een massavervoermiddel zou worden. Hij werd enorm uitgelachen.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.