Een elektroauto uit de 19e eeuw
Eind negentiende eeuw waren er al elektroauto’s. Die elektrowagens hadden toen concurrentie van stoomauto’s en auto’s met een verbrandingsmotor. De elektroauto had een aantal grote voordelen en opzichte van de anderen: hij was stil, stonk niet en trok snel op.
Toch kampte de wagen met een imagoprobleem: vrouwen vonden de gemakkelijk te bedienen auto wel charmant, maar mannen vielen als een blok voor de ronkende verbrandingsmotor. Een ander groot probleem was dat de accu na honderd kilometer leeg was. En vindt dan maar eens een oplaadpunt; Nederland had toen nog geen uitgebreid elektriciteitsnet. Zo won de verbrandingsmotor de strijd.
Toch kwam de elektroauto in 1904 nog even weer terug. In een ambitieus plan werden windmolens ingezet om het oplaadprobleem op te lossen. Die hadden hun functie door de opkomst van de stoommachine toch een beetje verloren. De werkloze molens zouden ingezet worden om energie voor de accu’s op te wekken. In de tijd die een auto met verbrandingsmotor nodig had om te tanken, kon de bezitter van een elektroauto dan zijn lege accu voor een volle omwisselen. Het leek een mooi plan, maar economisch was het niet haalbaar. Maar wie weet is de tijd nu wel rijp voor de elektromotor.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana