Kleine IJstijd in de 16e en 17e eeuw
Tussen ongeveer 1430 en 1860 beleefde West-Europa een 'kleine ijstijd'.
Vooral in de zestiende en zeventiende eeuw was het een stuk kouder dan nu. De jaartemperatuur lag gemiddeld twee graden lager dan tegenwoordig en dat had grote gevolgen. Winters duurden bijvoorbeeld tot ver in het voorjaar.
In 1548 werd Nederland door een koudegolf overspoeld. Eind maart viel er op sommige plaatsen meer sneeuw dan in de hele voorafgaande winter bij elkaar! Maart 1740 liepen mensen nog op de bevroren Noordzee. En maart 1845 was de koudste maart uit de weergeschiedenis. Rond de vijftiende was het in Groningen 21 graden onder nul.
Ook kwamen er tijdens de kleine ijstijd ernstige overstromingen voor. In 1570 was er bijvoorbeeld de Allerheiligenvloed. Door het hoge water braken de dijken en werd de hele Nederlandse en Vlaamse kust overstroomd. Er vielen meer dan 20.000 doden. In de Kerstnacht van 1717 was het weer raak. Een hevige noordwesterstorm zorgde voor een overstroming die vooral Friesland en Groningen teisterde. Ook in die storm vielen duizenden slachtoffers.
Vanaf 1850 steeg de temperatuur geleidelijk tot waar wij aan gewend zijn. Dit had onder andere te maken met de opkomst van de industrie.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jasper
Zoeken naar items op Europeana