Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Pest-hysterie

Rapporteer deze inhoud als ongepast

De pest was een dodelijke ziekte, die zich razendsnel verspreidde tijdens de Middeleeuwen. Het angstaanjagende was, dat niemand wist waar de pest vandaan kwam.

De Nijmeegse dokter Van Diemerbroek zei in 1636 dat de pest in ‘kleine deeltjens’ uit de hemel neerdaalde, als een straf van God. Maar de ziekte kon ook ontstaan door de rotte lucht van stinkende grachten en vuilnishopen, of door snel bedervende groente als komkommer en gele peen.

Door deze onzekerheid zorgden alleen de geruchten over een pestuitbraak al voor paniek. Als een geruchtenstroom begon, sloten veel steden de deuren voor vreemdelingen. Alleen met een certificaat waarop stond dat hun streek pestvrij was, kwamen ze binnen. In 1569 mochten strohandelaren in Leiden geen stro meer voor hun deuren hangen, omdat veel Leidenaren zich rot waren schrokken: een bos stro voor de deur betekende dat in het huis de pest heerste.

Als de pest een stad of dorp bereikte, zocht men naar een zondebok. Zo wist dokter Pieter van Foreest zeker dat de pestuitbraak in Delft, in 1557, te maken had met het begrafenisje-spelen van een groep kinderen. Maar meestal kregen joden de schuld van de pest. Zij zouden pestvergif in het water doen om christenen te besmetten. In 1348 liep het voor de joodse inwoners van Zwolle slecht af: tijdens een ernstige pestuitbraak werden zij allemaal vermoord.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.