De Gouden Eeuw
Ooit ging het zo goed met Nederland, dat we die tijd de Gouden Eeuw zijn gaan noemen. De handel, de kunst en de wetenschap: in alles liepen de Nederlanders voorop.
-
Het huidige Paleis op de Dam was in de Gouden Eeuw het stadhuis van de stad Amsterdam
Het stadhuis op de Dam, Gerrit Adriaensz Berckheyde, 1673, Rijksmuseum Amsterdam
In de zeventiende eeuw was Nederland één van de machtigste landen ter wereld. De kleine republiek lag gunstig om handel te kunnen drijven met de Scandinavische landen en Rusland en de landen rond de Middellandse Zee. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) haalde specerijen en thee uit Azië en drukke vaarroutes liepen naar Amerika en Afrika. De economische welvaart trok mensen uit de hele wereld aan. De bevolking groeide explosief; in Amsterdam was rond 1650 de helft van de inwoners uit het buitenland afkomstig.
De handelaren verdienden bakken met geld. Er werd dan ook volop gebouwd, zoals het prestigieuze Stadhuis (nu Paleis) op de Dam in Amsterdam. De Hollandse schilderkunst was wereldberoemd, denk maar aan Rembrandt, Vermeer en Jan Steen. En ook de wetenschap bereikte een hoog niveau. Vanwege al deze dingen wordt deze periode de Gouden Eeuw genoemd. Toch waren toen echt niet alle mensen rijk: de meesten konden alleen maar dromen van de luxe die zij om zich heen zagen.
In de loop van de achttiende eeuw raakte de Republiek der Nederlanden haar toppositie kwijt. De vele oorlogen met Engeland en Frankrijk eisten hun tol. De VOC ging ten onder aan de groeiende concurrentie. De Nederlanders raakten bovendien gewend aan de welvaart en werden minder ondernemend, namen minder risico's. Rentenieren was erg in trek en ongemerkt werd Engeland nu het nieuwe economische wereldcentrum.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Rembrandt
Jan
VOC
Johannes
Karlien
Zoeken naar items op Europeana