Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Gebeurtenis

Limburgse mijnramp

Rapporteer deze inhoud als ongepast
  • 12 juli 1928 13 juli 1928
    BrunssumBrunssum, Brunssum Brunssum, 

Het was bijna half drie ’s middags, vrijdag 13 juli 1928. In de staatsmijn Hendrik bij het Limburgse Brunssum bevond zich een mijnwerker honderden meters onder de grond. De vlam in zijn veiligheidslamp was van kleur veranderd.

Een teken dat er mijngas in de lucht hing. Mijngas is zeer brandbaar, en in combinatie met zuurstof explosief. Hendrik was berucht om de grote hoeveelheden mijngas die vrij konden komen. Volgens de voorschriften had de mijnwerker het vlammetje in de lamp na de ontdekking zo klein mogelijk moeten draaien. Was dit niet gebeurd? In ieder geval vatte het mijngas vlam en explodeerde. Later onderzoek wees uit dat er op dat moment een extreem hoge concentratie aanwezig was geweest.

Door de explosie stortten meerdere galerijen rondom in. Dat gebeurde net tijdens de wisseling van de ochtendploeg en de middagploeg. Daardoor waren er veel minder mijnwerkers aanwezig dan normaal. Een geluk bij een ongeluk. Een aantal medewerkers kon worden gered uit het puin. Het duurt bijna twee weken voor de reddingwerkers alle slachtoffers wisten te bergen. Het bleken er dertien te zijn. 34 kinderen waren hun vader kwijt.

Negentien jaar later werd de staatsmijn Hendrik voor de tweede keer door een ramp getroffen. Na een brand stortte een mijngang in en kwamen er weer dertien mijnwerkers om het leven. Maar lang niet alle doden in de mijnen zijn het gevolg van een ramp of ongeluk geweest. Silicose (stoflongen) eist nog steeds slachtoffers, 35 jaar na de sluiting van de laatste Nederlandse mijn.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.