Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Trots op de walvisvaart

Walvisvaarders waren nationale helden

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1946

Op 27 oktober 1946 vertrok walvisvaarder de Willem Barendsz. uit Amsterdam. Op de kade zag het zwart van de mensen. Acht schepen voeren met de Willem Barendsz mee.

Met harpoenkanonnen jaagde de bemanning op walvissen, die daarna op het schip werden verwerkt. Dat was een vies en zwaar werk. De bemanning ontleedde de walvissen op het dek, waar het ijskoud was. De oliën en vetten van de walvissen werden gebruikt in de margarine-industrie. Bij thuiskomst wachtten familie en vrienden de vissers op. Het muziekkorps speelde en journalisten maakten opnamen. De terugkeer van de walvisjagers was groot nieuws. Die jongens waren helden!

Toch kwam er een kink in de kabel. De hoeveelheid walvissen was niet oneindig. Daarom richtten de landen die meededen aan de walvisvaart in 1946 de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) op. Hierin spraken ze af hoeveel walvissen gevangen mochten worden. Juist toen de Nederland met een nieuw schip meer walvissen wilde gaan verwerken, besloot de IWC dat Nederland de walvisvangst moest beperken.

Nederland stapte boos uit de commissie. Maar dat hielp niets. De vangsten liepen langzaam terug en de hoge kosten konden niet worden terugverdiend. In 1964 werd de nieuwe walvisvaarder aan Japan verkocht. Dat betekende het einde van de Nederlandse walvisvaart.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.