Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal 1

Naar de Chinees

Van pindaverkopers tot restauranthouders

Rapporteer deze inhoud als ongepast

De eerste Chinezen in Nederland waren zeelieden. Omdat er in de jaren dertig te weinig werk was, gingen sommigen over op het verkopen van pindakoekjes. Pas later, vanaf 1945, begonnen de Chinese restaurants aan hun opmars.

'Pinda, pinda, lekka, vijf cent', was een bekende kreet in de Crisistijd. Vanaf 1930 struinden Chinezen de Nederlandse straten af met een broodtrommel vol pindakoekjes op hun buik. Ng Kwai, een oude man, was er in de cafés van het Rotterdamse Katendrecht mee begonnen. Daar was een kleine Chinese kolonie van zeelieden en toen velen hun werk verloren, besloten ze Ng Kwais voorbeeld te volgen. Deze pindachinezen hadden veel succes tot de Crisis ook hun handel uiteindelijk de das omdeed.

De Chinese restaurants hielden het wél vol. Begin jaren twintig zat restaurant Tsjang Kam Soi al in Rotterdam. In de jaren dertig werd het eerste Amsterdamse restaurant geopend. Deze waren nog echt Chinees. Na 1945 veranderde dat. Omdat er toen een grote vraag naar Indisch eten kwam, zetten de Chinese eethuisjes dit ook op hun menu. Pas in de jaren zestig ging Nederland massaal naar de Chinees. Toen immigreerden veel Chinezen naar Nederland. Ze openden zoveel Chinees-Indische restaurants dat deze in de jaren tachtig eenderde van alle eetgelegenheden vormden.

Maar de markt raakte verzadigd. Bovendien kregen de Nederlanders genoeg van de aan de Hollandse smaak aangepaste gerechten. Het aantal niet-Chinese buitenlandse restaurants groeide en hoe exotischer, hoe beter werd de norm. Ook nu weer pasten de Chinezen zich aan: steeds meer Chinees-Indische restaurants veranderderden terug in authentiek Chinese eethuizen.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.