Ziekten op zee in de 17e eeuw
In de 17e eeuw op een schip naar de West varen was geen pretje.
De schepen waren klein en de bemanning zat boven op elkaar gepakt. De reis duurde maanden - het meegebrachte water smaakte langzamerhand muf, vlees begon te bederven, de groenten raakten op en muizen en ratten aten mee van de voorraden.
Het resultaat: aan boord braken allerlei vreselijke ziekten uit. Allereerst natuurlijk dysenterie! Dat werd rode loop genoemd. Je snapt wel waarom. Je krijgt hoge koorts, koude rillingen en heftige darmkrampen. Door de bloederige diarree en het overgeven droog je snel uit en kun je doodgaan. De ziekte was gelukkig niet besmettelijk, dus niet iedereen kreeg het.
Een andere nare ziekte is vlektyfus. Dat krijg je door een beet van een besmette luis. Dan heb je last van hoofdpijn, koude rillingen, hoge koorts en erge spierpijn overal in je lijf. Daarna krijg je uitslag: rode vlekken. Die ziekte was wel heel besmettelijk, soms ging wel 20% van de bemanning dood aan vlektyfus.
En dan was er scheurbuik. Dat krijg je door te weinig vitamines. Die zitten in verse groenten en fruit, maar ja, dat was er niet aan boord. Bij scheurbuik zwelt je tandvlees op en begint het te bloeden. Ook je benen beginnen te bloeden en uiteindelijk ga je dood. Gelukkig ontdekte men dat zuurkool heel goed hielp. Zuurkool zit vol met vitamine C én is heel lang houdbaar. Dus dat werd iedere dag zuurkool eten op het schip.
Bijdragen
Reacties
Laden...
Zoeken naar items op Europeana