Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Zware straffen voor kinderen

Gekookte boefjes

Rapporteer deze inhoud als ongepast

In de middeleeuwen konden kinderen de doodstraf krijgen.

De middeleeuwse Joris de Sager, ongeveer dertien jaar oud, werd voor een diefstal veroordeeld tot een jaar verbanning van het eiland Walcheren. Maar voordat Joris moest vertrekken, werd hij eerst nog, voor de ogen van andere schoolkinderen, tot bloedens toe gegeseld.

Kinderen ondergingen in het verleden zware straffen als eenzame opsluiting of voedselonthouding en werden gevangengezet samen met volwassenen. In de Middeleeuwen werd zelfs wel eens de doodstraf uitgevoerd door verbranding of het koken van jonge criminelen.

De wrede straffen namen in de loop van de tijd wel af, maar pas vanaf de achttiende eeuw kwamen nieuwe opvattingen op over de jeugdige boefjes. Criminaliteit zou het gevolg zijn van een slechte opvoeding. Kinderen moesten dan ook een tweede kans krijgen om tot inkeer te komen. Een actiegroep als het Nederlandsch Genootschap voor Zedelijke Verbetering der Gevangenen pleitte voor heropvoeding van criminele jongeren.

Deze ideeën leidden tot de Kinderwetten van 1901. Minister van Justitie Cort van der Linden stelde: 'Waar ouderplicht tekortschiet, behoren naastenliefde en burgerzin de taak over te nemen.' Ouders konden uit de ouderlijke macht worden ontzet. Hun kinderen kwamen terecht in tuchtscholen. Daar werden ze gedrild tot goede burgers. De grens tussen volwassen en jeugdstrafrecht ging omhoog naar achttien jaar. Dan pas konden ze verantwoordelijk worden gesteld voor hun daden.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.