Klederdracht aan de Zuiderzee
Traditie voor toeristen
Aan de oevers van de Zuiderzee liep rond 1900 iedereen in klederdracht. Tegenwoordig zijn de dragers van traditionele kleding bijna uitgestorven.
Op Volendam, Spakenburg en Marken is er geen ontkomen aan: overal kun je met iemand in klederdracht op de foto. Vrouwen met klompen aan, met wijde zwarte rokken, kleurige vesten en witte kapjes lachen graag met je mee.
Vroeger had bijna elke kleine gemeenschap in Nederland een eigen soort kleding, met vaste afspraken over wat je wanneer moest dragen. Op zondag bijvoorbeeld helemaal in het zwart. Op huwelijken werd juist uitgepakt met felle kleuren en dure sieraden, zoals glimmende metalen oorijzers die uit de witte kapjes en mutsjes staken. Die bleven in de doos als er iemand dood was: dan droeg je alleen zwarte sieraden. Omdat alle dorpsbewoners wisten hoe het 'hoorde', was de druk om je aan de afspraken te houden heel groot. Wie te vroeg 'uit de rouw' ging naar de smaak van het dorp, kon daar behoorlijk last mee krijgen.
Begin twintigste eeuw besloten steeds meer mensen onder invloed van stadse mode zich 'in burger' te kleden. Eerst de mannen, later gevolgd door de vrouwen. Dat ging steeds sneller, zodat nu het einde in zicht is van mensen die nog elke dag in klederdracht lopen.
Zodra de toeristen weg zijn, trekken de meeste mensen weer 'gewone' kleren aan. Maar toch zijn er ook op Volendam en Marken mensen, vooral vrouwen, die nog dagelijks écht klederdracht dragen. In heel Nederland zijn dat er bij elkaar nog een stuk of duizend.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Lotte
Zoeken naar items op Europeana