Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

De kettervervolgingen van Keizer Karel V

Katholieken en protestanten

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1520 – 1566

In de tachtigjarige oorlog komen de Nederlanden in opstand tegen koning Filips II (1527 – 1598). Hij zou veel onvrede hebben gezaaid met zijn strenge geloofsvervolgingen. Filips is vaak afgeschilderd als een tiran, als een onderdrukker. Maar ook zijn vader, Karel V (1500 – 1558), was een fanatiek katholiek die andersgelovigen liet vervolgen.

Zolang het christendom bestaat, zijn er mensen die menen dat het anders moet worden geïnterpreteerd. Maar met de ontwikkeling van de boekdrukkunst, vanaf 1450, kregen hervormers ineens een veel groter podium. De ideeën van mensen als Maarten Luther (1485 – 1546) en Johannes Calvijn (1509 - 1564) werden snel door heel Europa verspreid.

Toen Luther in 1517 zijn pleidooi voor veranderingen in de katholieke kerk uitbracht, was Karel V pas zeventien jaar oud. Hij was weliswaar erfelijk heerser over een groot deel van het continent maar moestzijn positie nog bevechten. De katholieke kerk was een van zijn machtspijlers, hij verzette zich dan ook fel tegen aantasting ervan.

Luther werd in de ban gedaan, zijn aanhangers werden vervolgd. Vanaf ongeveer 1520 bestonden er in de Nederlanden speciale rechtbanken voor de vervolging van ‘ketters’, mensen die afgedwaald waren van de rooms-katholieke kerk.

Vooral grote steden als Antwerpen, Brugge en Gent kenden veel van zulke protestanten. Er werden tussen 1520 en 1566 in de Nederlanden zo’n 2000 mensen ter dood veroordeeld, waarvan 1200 in het zuiden. Jan de Bakker uit Woerden, die in 1525 in Haarlem op de brandstapel kwam, zou de eerste dode uit het Noorden zijn geweest.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.