De Staten-Generaal na de Bataafse Revolutie
Groentjes op het pluche
De Bataafse Revolutie van 1795 zorgde voor een ommekeer in samenstelling van de Staten-Generaal. De meeste oude regenten konden hun spullen pakken. Ze werden opgevolgd door groentjes in het landelijk bestuur.
-
Rutger Jan Schimmelpenninck en zijn familie
R.J. Schimmelpenninck was één van de belangrijkste leden van de Nationale Vergadering. Pierre-Paul Prud'hon, ca. 1801-1802 (Bron: Wikimedia Commons)
-
R.J. Schimmelpenninck was een van de belangrijkste leden van de Nationale Vergadering (Bron: Wikimedia Commons)
Na de Bataafse Revolutie van 1795, hief het nieuwe landsbestuur de oude Staten-Generaal op. De opvolger, de Nationale Vergadering, kwam voor het eerst bijeen op 1 maart 1796. Nooit eerder had de bevolking zelf de afgevaardigden gekozen, maar nu mochten bijna alle mannelijke inwoners die ouder waren dan twintig, hun stem uitbrengen.
De 126 mannen die zij kozen, hadden geen enkele bestuurservaring. Onder hen waren veel juristen, dominees, een handvol pastoors, een paar edellieden en bankiers. Anders dan voorheen kwamen veel afgevaardigden niet uit de rijkste en hoogste klasse.
Nieuw was ook dat alle godsdiensten gelijk waren gesteld. In de tijd van de Republiek kwamen alleen protestanten in aanmerking voor een bestuursfunctie: door de invoering van de godsdienstvrijheid mochten nu ook -in elk geval in theorie- katholieken en joden deelnemen aan het landsbestuur.
In 1798 veranderde de Nationale Vergadering in het zogenaamde Vertegenwoordigend Lichaam. De scherpe kantjes van de vernieuwingen gingen er snel vanaf en de weerstand tegen de oude regenten verminderde. Langzaam keerde de oude situatie terug. Het bestuur was al snel weer in handen van de voormalige, rijke en gereformeerde, garde.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Zoeken naar items op Europeana