Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Minder blauw bloed

Hervormingen in Europese revolutiejaar 1848

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1848

Koning Willem II vreesde in 1848 een revolutie en liet daarom democratische hervormingen toe. Een belangrijk gevolg was dat de invloed van de adel in de Staten-Generaal afnam.

Tot 1848 benoemde de koning de Eerste Kamerleden voor het leven. De Eerste Kamer heette daarom ook wel Ménagerie du roi: de dierentuin van de koning. Alleen Willem II bepaalde wie er in kwam. Als de nieuwe Kamerleden bij hun benoeming niet al van adel waren, verhief de koning ze later vaak zelf in de adelstand. Na 1848 liet koning Willem II dit veranderen, omdat hij bang was voor een volksopstand. Vanaf nu kozen de Provinciale Staten wie er in de Eerste Kamer kwam.

Overigens bleef ook met de nieuwe regels het aantal burgers dat in aanmerking kwam zeer beperkt. Alleen de allerrijksten konden worden benoemd tot Eerste Kamerlid. Deze allerrijkste burgers waren relatief vaak van adel, dus net als voor 1848 zaten er veel jonkheren, baronnen en graven in de Eerste Kamer. Toch was de adellijke overheersing minder groot dan eerst. Vaker dan voorheen moest de adel andere rijken, zoals handelaren en hoge ambtenaren, naast zich dulden.

Ook de verkiezing van Tweede Kamerleden veranderde. De nieuwe regels hielden in dat kiezers voortaan rechtstreeks de leden van de Tweede Kamer konden kiezen. De Tweede Kamerleden moesten wel, net als de kandidaten voor de Eerste Kamer, over een bepaalde rijkdom beschikken. Maar voor Tweede Kamerleden lagen deze eisen lager, waardoor meer burgers zich verkiesbaar konden stellen. Als gevolg van het nieuwe systeem zaten er na 1848 minder jonkheren en meer advocaten in de Tweede Kamer.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.