Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Uitvinding van de boekdrukkunst

Laurens Janszoon Coster of Johann Gutenberg?

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1455
/

De uitvinding van de boekdrukkunst ontketende een ware revolutie. Gedrukte boeken maakten het mogelijk kennis te delen met meer mensen dan ooit tevoren.

Halverwege de vijftiende eeuw was het eindelijk zover: de eerste boekenpers in Europa kwam in gebruik. Boeken werden goedkoper en de oplages groeiden sterk. Hierdoor konden nieuwe ideeën zich veel sneller verspreiden. Wetenschappers profiteerden hiervan, maar ook anderen maakten dankbaar gebruik van de nieuwe mogelijkheden. Protestanten bijvoorbeeld, die hun bezwaren tegen de misstanden in de katholieke kerk op papier zetten.

Eeuwenlang is geruzied over de echte uitvinder van de boekdrukkunst. Nederlanders leerden op school dat dat Laurens Janszoon Coster uit Haarlem was. Hoewel verschillende mensen met druktechnieken experimenteerden, is vrijwel zeker dat Johann Gutenberg de eerste was. Deze opvliegerige smid uit de handelsstad Mainz (tegenwoordig Duitsland) was in 1455 de eerste die een machinaal gedrukt boek maakte: de Gutenberg bijbel.

Hij verbeterde een al bestaande drukpers en had een manier gevonden goedkoop en snel metalen letters te gieten. Deze losse letters pasten precies op de regels, die samen een pagina vormden. Als een pagina klaar was, konden de letters opnieuw gebruikt worden. Eerder waren blokboeken gedrukt, waarbij een hele pagina uit een stuk hout was gesneden. Gutenberg was de eerste die met losse letters een boek drukte.

De drukkunst verspreidde zich snel. Twintig jaar na Gutenbergs eerste bijbel waren er al drukkerijen in Italië, Zwitserland, Nederland, Frankrijk en Spanje. En tot halverwege de twintigste eeuw gebruikten drukkers een techniek gebaseerd op de beginselen uit 1455.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.