Opnieuw zorgen revolutionaire gevoelens in heel Europa voor onrust. Ook in Nederland. Koning Willem II laat zich overhalen een liberaal standpunt in te nemen en stemt toe met een ingrijpende grondwetsherziening. Thorbecke is de ontwerper van de grondwet, waarin de koning onschendbaarheid geniet en de ministers verantwoordelijk zijn.
-
Johan Heinrich Neuman, ca. 1852 (Bron: Wikimedia Commons)
Door de afscheiding van België werd in 1840 een grondwetsherziening noodzakelijk. Sommige liberalen, waaronder Thorbecke en Donker Curtius wilden van deze gelegenheid gebruik maken om vergaande hervormingen door te voeren. Maar de op 7 oktober 1840 op de troon gekomen Willem II wees dit af. Het ging bij deze hervormingen vooral om meer invloed van de Tweede Kamer op ‘s lands bestuur. Ministers waren alleen verantwoordelijkheid schuldig aan de koning, waardoor de koning alle macht in handen hield. De hervormers wilden de ministeriële verantwoordelijkheid invoeren. Hierdoor zouden de ministers voortaan rekenschap moeten afleggen aan de ‘gekozen’ Tweede Kamer. Naast deze eis haalden ook openbaarheid van het regeerbeleid en rechtstreekse verkiezingen het niet.
Intussen braken in Duitse steden, in Oostenrijk en in Frankrijk revoluties uit met als doel het vestigen van een liberaal politiek systeem. In Frankrijk werd tijdens de Februari-revolutie de burgerkoning Louis Philippe afgezet. In Oostenrijk werd de ‘Maartrevolutie’ bloedig neergeslagen. In Duitsland deed Frederik Willem IV van Pruisen concessies, maar werd de nationale vergadering weer ontbonden toen men niet aan de wensen van de koning wilden voldoen. Ook in Den Haag en Amsterdam braken relletjes uit. Uit angst dat de onrust zich verder zou verspreiden, gaf Willem II toestemming de grondwet te wijzigen. Zijn angst was zo groot dat hij in één nacht van een conservatief in een liberaal veranderde.
In 1848 werd onder leiding van Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872) een nieuwe grondwet geschreven. De belangrijkste bepalingen daarin waren dat de Tweede Kamer, de Provinciale Staten en de gemeenteraden rechtstreeks werden gekozen, de Eerste Kamer door de Provinciale Staten werden gekozen, alle vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen openbaar werden en de ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd. Dit betekende dat de koning onschendbaarheid verkreeg en de ministers verantwoordelijk werden. Daarnaast kwam er vrijheid van onderwijs, vrijheid van vereniging en vergadering, van meningsuiting en drukpers en van godsdienst.
De nieuwe grondwet betekende voor Nederland een volledige staatkundige vernieuwing, waarbij het politieke primaat nu bij de Tweede Kamer lag en er enkele fundamentele burgerrechten werden vastgelegd. Willem III (1817-1890), die na de dood van zijn vader in 1849 koning was geworden, raakte meermalen in conflict met de Tweede Kamer. Op momenten dat deze met wetsvoorstellen kwam die hem niet aanstonden, ontbond hij de Kamer in de hoop dat een nieuw gekozen Kamer hem beter gezind was. Zijn recht om de Tweede Kamer te ontbinden of de regering af te zetten werd door de liberalen, onder aanvoering van Thorbecke, hevig bestreden. Onder druk van een sterke vertegenwoordiging van liberalen in de Tweede Kamer, zwichtte Willem III tenslotte en zou een regering nog slechts aftreden bij gebrek aan steun van de Tweede Kamer. Nederland werd van een aristocratisch geregeerd land met een grote persoonlijke macht van de koning, een land waarin de monarch voortaan een bijrol zou vervullen in het staatsbestel.
In 1880 werd prinses Wilhelmina geboren. Zij was het enige kind uit het tweede huwelijk van koning Willem III met de twintigjarige Duitse prinses Emma van Waldeck-Pyrmont. Wilhelmina’s halfbroer kroonprins Willem stierf in 1879. In 1884 stierf ook haar halfbroer Alexander, waardoor Wilhelmina troonopvolgster werd.
Bijdragen
Reacties
Laden...
Zoeken naar items op Europeana