Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

De vroege Middeleeuwen

Rapporteer deze inhoud als ongepast
800

De Nederlanden maken deel uit van het Heilige Roomse Rijk van Karel de Grote.

In de vroege Middeleeuwen speelden de Franken een belangrijke rol in Nederland. De Franken waren waarschijnlijk een aantal Germaanse stammen, die zich hadden verenigd om tegen de Romeinse overheersing te strijden. Hoewel zij nog tijdens de grote Hunneninval in 451 onder leiding van Attila - die een grote volksverhuizing op gang bracht - zij aan zij streden met de Romeinen op de Catalaunische velden.

De Frankische cultuur ontwikkelde zich geleidelijk uit de laat-Romeinse cultuur. Clovis (466-511) was een koning uit het geslacht van de Merovingen en kleinzoon van Merovech, naar wie dit geslacht was genoemd. Clovis was de succesvolste koning van de Franken. Hij wist de Frankische invloedssfeer uit te breiden over geheel Gallië; van de Pyreneeën tot aan de grote rivieren in Noord-Nederland. Op zijn sterfbed verdeelde hij zijn rijk onder zijn vier zonen. België en een deel van de Nederlanden kwamen te vallen onder Chlotarius I.

De Merovingen stelden aan hun hof hofmeiers aan, die raadgevers waren en hoofd van hofhouding. Deze hofmeiers wisten hun macht aanzienlijk uit te breiden om tenslotte zelf het koningschap op zich te nemen. Eén van deze hofmeiers, Pippijn II, overwon in 689 de Friese koning Radboud bij Dorestad en breidde zo zijn gebied naar het Noorden en Oosten uit. In die tijd begon ook de kerstening van Nederland. Evangeliepredikers trokken door het land en in 629 werd in Utrecht een kerkje gebouwd op de bouwvallen van een oud Romeins ford. In de noordelijke streken bleven de Friezen echter vasthouden aan hun oude geloof en had de kerstening weinig succes.

De Angelsaksische monnik Willibrordus is een van de bekendste predikers uit de Nederlandse geschiedenis, die met name in het gebied van de Friezen actief was. Willibrordus werd door de paus tot aartsbisschop van de Friezen en tot bisschop van Utrecht gewijd. Zijn tijdgenoot Bonifatius, bisschop van Mainz, wilde het werk na de dood van Willibrordus in 739 voortzetten, maar werd in 754 in Dokkum door de Friezen vermoord.

In 751 zette Pippijn III de laatste Merovingische koning af en liet zich met goedvinden van de paus uitroepen tot koning der Franken. Hij werd door de evangelieprediker Bonifatius gezalfd. Daarmee begon de heerschappij van de Karolingen, het geslacht dat naar zijn beroemdste telg Karel de Grote (742-814) werd genoemd. Karel was een zoon van Pippijn III, die samen met zijn broer Karloman het Frankische rijk erfde. Na de dood van zijn broer bond Karel de strijd aan met de Saksen, die onder aanvoering van Saksische edelman Widukind (Wittekind) streden tegen de overheersing van de Franken. In 785 gaf Widukind de strijd op en moest hij Karel de Grote naar Gallië volgen om hem daar trouw te zweren en het doopsel te ontvangen. Oostelijk Nederland en het Friese gebied kwamen hiermee definitief onder de heerschappij van Karel de Grote.

Karel de Grote wilde zijn gebied inrichten naar het voorbeeld van het ‘ Imperium Romanum’. In 800 liet hij zich door de paus tot keizer van het Heilige Roomse Rijk kronen. Onder zijn bewind, dat 47 jaar duurde, werden veel bestuurlijke hervormingen doorgevoerd en bloeide het culturele leven op. Op het toppunt van zijn macht regeerde hij over een gebied dat zich uitstrekte van de Elbe tot de Spaanse Mark en van Midden-Italië tot de Noordzee.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.