Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Beeldenstorm

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1566 – 

De edelen vragen de landvoogdes Margaretha van Parma een einde te maken aan de kettervervolgingen. Ernstige ongeregeldheden in de gewesten. De beeldenstorm breekt uit. Filips II stuurt de hertog van Alva om orde op zaken te stellen.

In 1565 was er in Spa overleg tussen de edelen en vertegenwoordigers van calvinistische kerkraden. Daar werden plannen beraamd om iets te doen tegen de onderdrukking van het calvinisme. In 1566 besloot men de landvoogdes een smeekschrift aan te bieden, waarin zij werd opgeroepen de vervolging van de andersgelovigen te staken. Eén van haar raadgevers sprak spottend over de actie van de edelen: ‘t zijn slechts bedelaars’ (gueux). De edelen eigenden zich naar aanleiding van deze uitspraak de naam ‘Geuzen’ toe. Als partijsymbool droegen de geuzen een bedelnap aan een ketting om hun hals. Deze geuzen zouden later op zee een van de geduchtste tegenstanders van Filips II worden.

In 1566 ontstond, naast de maatschappij-ontwrichtende kettervervolgingen, ook door hoge graanprijzen een revolutionaire situatie in de Nederlanden. De edelen boden Margaretha van Parma een tweede smeekbrief aan. Zij verzochten daarin om volledige godsdienstvrijheid en wilden dat Egmond, Hoorne en Willem van Oranje de leiding over de Nederlanden zouden krijgen. In augustus van dat jaar brak echter de beeldenstorm los. Meer dan 400 rooms-katholieke kerken en kloosters werden vernield. Magaretha eiste naar aanleiding van de beeldenstorm van alle edelen een nieuwe eed van trouw aan de koning. Willem van Oranje, Hoorne, Hoogstraten en Brederode weigerden. Er kwam een derde smeekbrief met daarin opnieuw het verzoek om volledige godsdienstvrijheid, maar deze ging nu vergezeld met het dreigement in opstand te komen als daar geen gevolg aan werd gegeven. Op 13 maart 1567 was er een treffen tussen Margaretha en het leger van de calvinisten. Dit werd nabij Antwerpen vernietigend verslagen. Er volgden strenge maatregelen tegen het calvinisme. Willem van Oranje, Brederode en duizenden anderen vluchtten naar het buitenland. Filips II stuurde Fernando Alvarez de Toledo, hertog van Alva met een groot leger naar de Nederlanden. Deze werd aangesteld als landvoogd. Margaretha nam afstand van haar functie.

Met de komst van Alva brak er een nieuwe uiterst onrustige periode aan in de Nederlanden. Alva had de opdracht om met zijn leger alle rebellen te straffen en de ketterij uit te roeien. Hij stelde de ’Raad van Beroerten’ in die iedereen ongeacht rang of stand kon dagvaarden en veroordelen. In de volksmond werd deze raad al spoedig de ‘Bloedraad’ genoemd, vanwege de vele terechtstellingen.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.