Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

De Europese grondwet en economisch herstel

Rapporteer deze inhoud als ongepast
2005

Na Frankrijk werd Nederland het tweede land dat ‘nee’ tegen de Europese grondwet stemde. Nederlanders vinden het lidmaatschap van de Europese Unie een goede zaak, maar zij maken zich zorgen over de manier waarop invulling wordt gegeven aan de Europese samenwerking. Ondanks dat de economische groei ongeveer de helft minder bedroeg dan in 2004, was er in 2005 wel sprake van herstel.

Nederlands ‘nee’ tegen de Europese grondwet

Op 1 juni 2005 stemde 62 procent van de Nederlandse kiezers tegen het grondwettelijk verdrag (Europese grondwet). Na Frankrijk werd Nederland het tweede land dat ‘nee’ stemde. Met 63 procent was de opkomst voor dit referendum ongekend hoog. Uit onderzoek blijkt dat uiteenlopende redenen een rol speelden in het Nederlandse ‘nee’ tegen het Europees grondwettelijk verdrag. Veel mensen vinden dat de veranderingen in Europa in de laatste jaren te snel gingen. Sommigen vinden de Nederlandse bijdrage aan de EU te hoog en ook zijn er veel mensen die de EU soms als bemoeizuchtig ervaren. Een ander veelgehoord argument om nee te stemmen was dat mensen zich te weinig betrokken voelen bij Europa. Los van de vraag welke redenen precies de Nederlandse kiezers hebben bewogen, blijkt uit onderzoek tegelijk dat het overgrote deel van de Nederlanders het een goede zaak vindt dat Nederland lid is van de EU. De grootste zorgen leven in Nederland dus niet over het lidmaatschap van de EU op zich, maar meer over de manier waarop invulling wordt gegeven aan de Europese samenwerking.

De Nederlandse regering vindt het belangrijk dat Europa beter functioneert en werkt eraan tegemoet te komen aan de belangrijkste zorgen van burgers over Europa. Zo is in december 2005 na jarenlange onderhandelingen bereikt dat Nederland niet langer de grootste nettobetaler van de EU is: in de komende jaren betaalt Nederland miljarden minder dan voorheen aan de EU. Ook heeft de regering in Europees verband de vraag hoog op de agenda geplaatst wie wat doet in Europa, met als argument: wat nationaal kan, moet je nationaal doen en Europees lossen we problemen op die we als Nederland niet in ons eentje kunnen oplossen.

Economische situatie

Na een periode van wereldwijde economische stagnatie, die in 2001 inzette, draaide de wereldeconomie in 2005 weer op volle toeren. Het dieptepunt voor Nederland lag met een krimp van 0,9% in 2003. De gevolgen waren direct merkbaar voor de koopkracht van de bevolking, terwijl ook de werkloosheid fors toenam. Deze liep in relatief korte tijd op van 252 duizend werklozen in 2001 tot 495 duizend in 2004. De werkloosheid zou het jaar daarop nog oplopen tot 550 duizend. Dit is 7% van de beroepsbevolking.

In 2004 kwam de economische groei uit op 1,7% en in 2005 op 0,9%. Ondanks dat de groei ongeveer de helft minder bedroeg dan in 2004, was er wel sprake van herstel. Zo verbeterde de arbeidsmarkt en nam het aantal werklozen af. Dat het economisch herstel met horten en stoten weer op gang kwam, had ook te maken met de dure euro. Nederland is als exporterend land met een open economie, sterk afhankelijk van de waarde van de euro. Ook de lage particuliere uitgaven, de investeringen van het bedrijfsleven en de overheidsbestedingen waren debet aan het langzaam op gang komend herstel.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.