Wien Neêrlands Bloed
Voormalig volkslied
Vanaf de negentiende eeuw stelden een groot aantal landen officieel hun nationale symbolen vast, zoals vlag en volkslied.
Nederland had in de negentiende eeuw een ander volkslied dan tegenwoordig. Het Wilhelmus was in de achttiende eeuw een echt partijlied. Wie het zong, was voor ‘Oranje’. Als je vond dat de familie Van Oranje teveel macht had, dan liet je het wel uit je hoofd om het lied aan te heffen. Aan het begin van de negentiende eeuw had men genoeg van deze partijtwisten, er werd gezocht naar harmonie en verbroedering. Daar hoorde ook een nieuw lied bij.
In 1817 leverde een wedstrijd het lied Wien Neêrlands Bloed op. Jan Hendrik van Kinsbergen, een gepensioneerd zeeheld, financierde de wedstrijd. Hij betaalde ook zangers om het nieuwe lied op straat te zingen en het zo populair te maken. Desondanks sloeg het lied nooit echt aan. Aan het eind van de negentiende eeuw werd bij belangrijke gelegenheden alweer vaak het Wilhelmus gespeeld. Zo wilde Wilhelmina bij haar inhuldiging in 1898 liever het Wilhelmus horen. In de aanloop naar haar 25-jarig regeringsjubileum werd het Wilhelmus op 10 mei 1932 officieel het Nederlandse volkslied, en verdween Wien Neerlands Bloed naar de achtergrond.
Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit,
Van vreemde smetten vrij,
Wiens hart voor land en koning gloeit,
Verheff' den zang als wij:
Hij stell' met ons, vereend van zin,
Met onbeklemde borst,
Het godgevallig feestlied in
Voor vaderland en vorst.
De Godheid, op haar hemeltroon,
Bezongen en vereerd,
Houdt gunstig ook naar onzen toon
Het heilig oor gekeerd:
Zij geeft het eerst, na 't zalig koor,
Dat hooger snaren spant,
Het rond en hartig lied gehoor
Voor vorst en vaderland.
Stort uit dan, broeders, eens van zin,
Dien hoogverhoorden kreet;
Hij telt bij God een deugd te min,
Die land en vorst vergeet;
Hij gloeit voor mensch en broeder niet
In de onbewogen borst,
Die koel blijft bij gebed en lied
Voor vaderland en vorst.
Ons klopt het hart, ons zwelt het bloed,
Bij 't rijzen van dien toon:
Geen ander klinkt ons vol gemoed,
Ons kloppend hart zoo schoon:
Hier smelt het eerst, het dierst belang
Van allen staat en stand
Tot één gevoel in d'eigen zang
Voor vorst en vaderland.
Bescherm, o God! bewaak den grond,
Waarop onze adem gaat;
De plek, waar onze wieg op stond,
Waar eens ons graf op staat.
Wij smeeken van uw vaderhand,
Met diep geroerde borst,
Behoud voor 't lieve vaderland,
Voor vaderland en vorst.
Bescherm hem, God! bewaak zijn troon,
Op duurzaam regt gebouwd;
Blink' altoos in ons oog zijn kroon
Nog meer door deugd dan goud!
Steun Gij den scepter, dien hij torscht,
Bestier hem in zijn hand;
Beziel, o God! bewaar den vorst,
Den vorst en 't vaderland.
Van hier, van hier wat wenschen smeedt
Voor een van beide alleen:
Voor ons gevoel, in lief en leed,
Zijn land en koning één.
Verhoor, o God! zijn aanroep niet,
Wie ooit hen scheiden dorst,
Maar hoor het één, het eigen lied
Voor vaderland en vorst.
Dring' luid, van uit ons feestgedruisch,
Die beê uw hemel in:
Bewaar den vorst, bewaar zijn huis
En ons, zijn huisgezin.
Doe nog ons laatst, ons jongst gezang
Dien eigen wensch gestand:
Bewaar, o God! den koning lang
En 't lieve vaderland.
Tekst: Hendrik Tollens
Compositie: Johann Wilhelm Wilms
Bijdragen
Reacties
Loading…
Koningin
Jan
Hendrik
Johann
Jan
Lotte
Zoeken naar items op Europeana