Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Gebeurtenis

Prinsjesdag 1974

Ontsiert door een gijzeling

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Tijdens Prinsjesdag 1974 ontbraken veel feestelijkheden, omdat in Den Haag een gijzeling aan de gang was.

Opening Staten-Generaal door Hare Majesteit ; aankomst Hare Majesteit en Prins Bernhard bij de Ridderzaal per auto i.p.v. Gouden Koets

In 1974 reden koningin Juliana en prins Bernhard in een Ford Granada naar de Ridderzaal. De Gouden Koets werd niet veilig genoeg gevonden. Vlakbij lag de Franse ambassade, waar toen leden van het Japanse Rode Leger al drie dagen de Franse ambassadeur en het personeel onder schot hielden. Deze Japanse communistische groepering was net zo gewelddadig als de Duitse Rote Armee Fraktion en de Italiaanse Rode Brigades. Twee jaar eerder hadden de Japanse terroristen op een Israëlisch vliegveld 25 mensen vermoord en 75 andere verwond.

De gijzelnemers in Den Haag eisten de vrijlating van het Rode Legerlid Furuya. Hij zat gevangen in een Franse cel. Ook nu schuwden de Japanners het geweld niet. Bij het begin van de gijzeling waren twee Nederlandse agenten neergeschoten. Dagen van moeizame onderhandelingen volgden.

Prinsjesdag verliep sober. De meeste militairen droegen hun dagelijkse uniform. Er klonk geen marsmuziek. Vlaggen ontbraken. De koningin begon de troonrede met de woorden: 'Ons land is opgeschrikt door een daad van terreur waarbij het leven van onschuldigen wordt bedreigd. Het optreden van de regering is voor alles gericht op de ongedeerde vrijlating van de gegijzelden.’

Diezelfde avond liep de gijzeling ten einde. De Japanse terroristen gingen akkoord met 300.000 gulden en een vliegtuig om weg te komen. Furuya kwam vrij. De gijzelaars bleven ongedeerd. Nederland haalde opgelucht adem.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.