De koepokinenting
Paradepaardje van de Verlichting
In 1798 maakte de Schotse plattelandsarts Edward Jenner bekend dat hij een veiliger inentingsmethode tegen de pokken had ontdekt dan de ‘kunstpokken’. Hij was erachter gekomen dat koepokken, een ongevaarlijke rundveeziekte, de mens effectief tegen pokken beschermden. De later ingevoerde term ‘vaccinatie’ werd dan ook afgeleid van koe (‘vacca’ in het Latijn). Het nieuws van de koepokinenting verspreidde zich razendsnel, ook in de Bataafse Republiek.
De Rotterdamse arts Levie Salomon Davids nam het voortouw in de verbreiding van de koepokinenting. Hij wijdde zijn collega’s erover in en werd één van de oprichters van het Rotterdams genootschap voor Koepokinenting. Ook in andere Nederlandse steden ontstonden dergelijke genootschappen. De medewerking van verlichte burgers en geneesheren kwam de overheid goed uit. Vaccinatie werd het speerpunt in de gezondheidspolitiek van de staat. Een gezonde, gedisciplineerde natie was een sterke natie. Voorlichting, gouden medailles voor kampioen-inenters, het statistisch bijhouden van de inentingen en het ‘pokkenbriefje’ waren de instrumenten van het medische beschavingsoffensief.
Willem I noemde de koepokinenting in zijn Koninklijk Besluit van 1814 ‘een onschatbaar geschenk der Voorzienigheid’. Dat de ‘Voorzienigheid’ toch nog een eervolle vermelding kreeg, terwijl de koepokinenting als een succesverhaal van de Verlichting werd gezien, was een strategische zet. Met name onder orthodoxe protestanten bestond veel weerstand tegen de ‘Goddeloze kuur’. Jonge intellectuelen uit de protestantse Réveil-beweging namen het voortouw in de anti-vaccinatie-campagne. In hun ogen was de ‘beestpokinenting’ het toppunt van de rampzalige ijver van de mens om tegen de goddelijke voorzienigheid in te gaan. Niet de mens, maar God besliste over leven, ziekte en dood.
Het religieuze verzet tegen de pokkeninenting was in Nederland feller dan in de omringende landen. Aanvankelijk leek dit verzet een achterhoedegevecht. In 1872 bepaalde de Wet op de Besmettelijke Ziekten dat kinderen alleen toegang kregen tot het openbaar of bijzonder onderwijs als ze een pokkenbriefje konden laten zien. Toen in 1900 de leerplicht werd ingevoerd, steeg de deelname aan de pokkenvaccinatie tot bijna 100 procent. Na 1900 waren de pokken niet langer een inheemse infectieziekte, maar een zeldzame importziekte. In 1951 stierf er voor het laatst iemand aan pokken in Nederland.
Toch was de pokkenvaccinatie niet alleen een succesverhaal. Ook in de twintigste eeuw bleef de vaccinatieplicht controversieel vanwege gemoedsbezwaren, maar ook vanwege ernstige complicaties. Nieuwe inentingswetten vervingen de ‘vaccinatiedwang’ door ‘vaccinatiedrang’. In 1975 werd de pokkeninenting afgeschaft. Tegenwoordig gelden de bezwaren niet meer de pokkeninenting, maar de Mexicaanse griepprik of de inenting tegen baarmoederhalskanker. Het dagboek is vervangen door het weblog. Maar de dilemma’s van de maakbare mens blijven bestaan. In hoeverre heeft de mens zijn lot en de macht over ziekte en dood in eigen handen en hoe sturend moet de overheid hierbij zijn?
Bijdragen
Reacties
Loading…
Koning
Edward
Jan
Zoeken naar items op Europeana