Tempo Doeloe
Verlangen naar het land van mijn vader
Na de Nederlandse machtsoverdracht aan Indonesië in 1949 verruilden driehonderdduizend Indische Nederlanders het tropische Indië voor het koude Nederland. Ze waren verdreven uit het paradijs.
Het gedwongen afscheid van Indië was voor veel Indische Nederlanders erg moeilijk. Allerlei mensen kwamen uit de tropen ineens in het kille Nederland terecht: in Indië geboren blanke Nederlanders, Indonesiërs die niet achter konden of wilden blijven en Molukkers die met het Nederlandse leger hadden meegevochten. Veel tijd om het afscheid te verwerken was er niet in Nederland. Aanvankelijk waren ze ook niet echt welkom. Nederland was na de Tweede Wereldoorlog bezig met de wederopbouw en er was grote woningnood. De Indiërs moesten zich zo snel mogelijk aanpassen en dat deden ze goed.
Over het algemeen kwamen de 'Indo's' goed terecht in Nederland. Toch bleef er in de Hollandse regen iets knagen. Er ontstond onder de Indische Nederlanders en hun kinderen een cultuur van heimwee en een verlangen naar de tempo doeloe (oude tijd) in Indië. De Indische cultuur kreeg weer aandacht. Zo werd begonnen met de organisatie van de Pasar Malam Besar, een jaarlijkse markt waar de Indische cultuur en de herinnering aan vroeger centraal staat.
Het verlangen naar Indië speelt ook in de naoorlogse Nederlandse literatuur een rol. Schrijvers als Hella Haasse, Rudy Kousbroek en Jeroen Brouwer schreven over hun jeugd in Indië. Ook hier staat de tempo doeloe centraal. Hun boodschap is die van alle mensen die van huis en haard verdreven zijn: Indische Nederlanders leven eigenlijk in twee werelden, in Nederland en in het Indië van vroeger. Doe Maar-toetsenist Ernst Jansz verwoorde dit treffend in het nummer 'Ruma saya': 'Dan verlang ik naar een ander huis / in het land van mijn vader / maar daar zal ik ook een vreemdeling zijn.'
Bijdragen
Reacties
Loading…
Hella
Rudy
Jeroen
Doe
Jan
Lotte
Zoeken naar items op Europeana