Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Catastrofebezoek in Leiden

Lodewijk Napoleon als troostende koning

Rapporteer deze inhoud als ongepast

In 1807 was de eerste ramp ‘moderne stijl’, met een troostende vorst en een nationale collecte. Maar zonder gedenknaald.

Een schip vol buskruit ontplofte op 12 januari 1807 in de binnenstad van Leiden. 160 doden en 2000 gewonden vielen te betreuren. De stad lag in puin en er waren maar acht politieagenten om de boel te regelen, waarvan er vier ziek of gewond waren. Bovendien was van één de moeder bij de ontploffing omgekomen.

Lodewijk Napoleon – broer van de beroemde Napoleon -, was koning van Nederland en spoedde zich diezelfde avond naar Leiden. Daarmee zette hij de trend voor vorsten over de hele wereld. Hij liep rond door het getroffen gebied, troostte nabestaanden en bezocht gewonden. Zijn paleis Huis ten Bosch stelde hij ter beschikking als noodhospitaal en hij gaf toestemming voor een nationale collecte die bijna twee miljoen gulden opbracht.

Al snel gaf Lodewijk opdracht tot de oprichting van een gedenknaald. Na een paar maanden lag er een ontwerp voor een zeventig voet (ongeveer 22 meter) hoge obelisk van groenachtig graniet met vergulde inscripties. De fundering voor het monument werden spoedig gelegd, maar daarna stokte de bouw. Het geld dat gereserveerd was om de nagedachtenis levend te houden, werd besteed aan de wederopbouw van de stad.

De ontwerper Abraham van der Hart besloot daarop zijn ontwerp te recyclen. In een kleinere versie staat de gedenknaald nu voor paleis Soestdijk. Niet ter ere van Napoleons redding van Leiden, maar ter nagedachtenis aan de strijd van de Oranjes tegen de Fransen.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.