De Rabobank is een coöperatieve bank met typisch negentiende-eeuwse wortels.
De meeste Nederlandse coöperaties werden opgericht tijdens de Grote Landbouwcrisis (1878-1895). Boeren konden die crisis alleen overleven door te moderniseren, maar daar hadden ze geen geld voor. Onder het motto ‘samen sta je sterk’ richtten ze verenigingen op met veelzeggende namen als ‘Welbegrepen Eigenbelang’. Die coöperaties schaften dure machines aan die boeren afzonderlijk nooit konden betalen. Ook bouwden ze fabriekjes voor de verwerking van boter en aardappelen, waardoor ze onafhankelijk werden van machtige fabriekseigenaren.
Dat leek een goede oplossing, maar de zo georganiseerde boeren konden geen kortlopende kredieten krijgen: bankiers in de grote steden wisten te weinig van het boerenbedrijf en durfden geen geld te lenen. Plaatselijke notabelen en geestelijken waren beter op de hoogte. Zij richtten de eerste coöperatieve boerenleenbanken op.
Deze banken deden goede zaken. In korte tijd had vrijwel elk dorp een eigen boerenleenbank. Die vonden onderdak bij een van de twee overkoepelende organisaties: de Raiffeisen-Bank en de Boerenleenbank. Toen deze zo'n vijfendertig jaar geleden fuseerden, werden de namen afgekort en samengevoegd: de Rabobank was geboren.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Zoeken naar items op Europeana