Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Op schoolreisje

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Op reis gaan met de klas of niet? Dat was begin twintigste eeuw de vraag voor onderwijzers en pedagogen. De 'schoolwandeltocht' en de excursie bestonden al, maar om die nou uit te breiden naar een reis van een paar dagen ...

Opvoedkundigen discussieerden begin twintigste eeuw fel over de vraag of kinderen op schoolreisje moesten. Geen geleerd woord werd hierbij geschuwd. 'De waarderingselementen [voor het schoolreisje] zijn tot drie hoofdafdelingen terug te brengen', schreef een voorstander gewichtig. 'Namelijk die, die betrekking hebbende A. op de lichamelike opvoeding, B. op de morele opvoeding, C. op de intellektuele opvoeding.'

Anderen zagen het wat minder stijf. Een leraar die als scholier naar Duitsland was geweest schreef: 'Intellektueele opvoeding? Van die reis ben ik niets wijzer geworden, tenzij dat 't in de zomer op de Feldberg koud kan zijn.' Een ander moest toegeven dat de schoolreis 'goede gelegenheid' bood voor het 'opwekken van stemmingen, gezindheden, goede gewoonten' en, heel belangrijk: vaderlandsliefde. Want 'het is duidelik, dat men, om iets lief te hebben, het eerst zal moeten kennen.'

Op schoolreis gaan nog alle kinderen, maar niet meer om zulke gewichtige redenen. Welke leraar gaat er nu nog naar het Dolfinarium of Artis om 'vaderlandsliefde' aan te leren? De belangrijkste reden om op reis te gaan is het plezier van de kinderen. Dat had een pedagoog als snel in de gaten: 'Zeg 'wandeling' en de meeste kinderen zullen maar matig met het vooruitzicht ingenomen zijn; zeg 'uitstapje' en de ogen glinsteren; maar zeg 'reis' en alles jubelt.'

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.