Dood door eten
In de 19e eeuw gingen mensen in Nederland dood aan vergiftigd voedsel. Om dit tegen te gaan, richtte Rotterdam in 1893 de Keuringsdienst van Waren op.
In het eerste jaar werd ruim veertig procent van de producten afgekeurd, het jaar daarna was dat al gehalveerd. Andere steden volgden en in 1919 kwam er een landelijke Warenwet, die duidelijke normen stelde aan de samenstelling van voedingsmiddelen.
Die wet en de controle daarop voorkwamen niet dat het toch nog regelmatig mis ging. Zo kregen maar liefst honderdduizend Nederlanders in de zomer van 1960 huiduitslag en koorts na het eten van Planta-margarine. Vier mensen overleden er zelfs aan. Toen via de radio bekend werd dat producent Unilever al zijn margarine uit de schappen moest terughalen, was binnen een paar uur de roomboter in heel Nederland uitverkocht.
Maar ook roomboter kan vergiftigd raken, bleek eind jaren tachtig. Toen ontstond er ophef over de koeienmelk uit de Lickebaert-polder bij Vlaardingen. De melk bevatte teveel dioxine, een kankerverwekkende stof die werd uitgestoten door afvalverbrandingsfabrieken in die regio.
De fabrieken kregen dioxinefilters of werden gesloten, en pas in 1994 mocht er weer melk en vlees uit het gebied worden verkocht. Het blijft wel opletten: in 2004 bleek een lekkend filter toch teveel dioxine te hebben doorgelaten en moesten de koeien in het Lickebaert-gebied weer een tijdje verplicht op stal blijven.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana