Van backpackers en bloemenkinderen
Veel verschil is er niet tussen de bloemenkinderen van de flower-power generatie en de hedendaagse rugzakreizigers die er een jaartje tussenuit gaan. Even weg van de snelle consumptiemaatschappij. Alleen is het een stuk massaler en doodnormaal geworden.
-
Claire à Taiwan, 2007 (Bron: Wikimedia Commons)
-
Hollandse hippies roken joints met de lokale bevolking
Foto: Spaarnestad
'In Nederland wil ik niet leven/Men moet er steeds zijn lusten reven/Ter wille van de goede buren/Die gretig door elk gaatje gluren', dichtte J. Slauerhoff (1898-1936). Het gedicht ademt een grote vermoeidheid over dat burgerlijke Nederland.
Veel Nederlanders voelen iets soortgelijks. Of het nou de glurende buren zijn of iets anders, de klacht leidt al snel tot een droom: ontsnappen aan de polder. Een verre reis is dan snel bedacht. Liefst naar een zonnige bestemming en nog liever naar landen waar de mensen een on-hollandse levensfilosofie uitdragen, en vrijer zijn.
Lang was deze romantische levenshouding alleen op te brengen voor wie geld en tijd in overvloed had. In de jaren 1960 kwam dit bij meer mensen beschikbaar dan ooit tevoren. Naast rijkeluiskinderen konden nu ook kinderen van middenstanders en arbeiders hun dromen over exotische landen uitvoeren. In het geval van de flower-power beweging (de 'hippies') kwam het goed uit dat hun droomreis helemaal paste bij hun anti-maatschappelijke verzet. Vanuit 'magies sentrum' Amsterdam vertrokken talloze vrolijk beschilderde autobussen naar India en Noord-Afrika.
Na hen volgden andere jonge Slauerhoffs, die een 'jaartje buitenland' als ideaal zien voor de stap naar volwassenheid. Dit gebeurde ook steeds massaler, zodat vandaag de dag de kans groot is dat romantisch ingestelde rugzaktoeristen gewoon naast hun 'burgerlijke' buren in het vliegtuig zitten
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Zoeken naar items op Europeana