Een handboek voor onderwijzers
Over lesgeven denken we nu heel anders dan vroeger. Wie niet luisteren wilde, moest maar voelen!
'Regel der Duytsche (= Nederlandse) schoolmeesters', zo heet het handboek dat onderwijzer Dirck Adriaensz. Valcooch, onderwijzer in het Noord-Hollandse Schagen, in 1597 voor zijn vakgenoten schreef. In dit boekje komen verschillende onderwerpen aan bod. Zo beschrijft Valcooch precies wat de leerlingen moeten leren.
Hieruit blijkt dat naast lezen en schrijven vooral de godsdienst belangrijk was. Maar hij vertelt ook hoe een goede schoolmeester zich gedraagt, en op welke manier hij verschillende kleuren inkt kan maken. Zo is er het hoofdstukje: 'Hoe je goede zwarte inkt kunt maken om aan de kinderen te verkopen', maar ook 'Hoe je inkt maakt die je 's nachts kunt lezen, of in het donker'.
Natuurlijk komen ook zijn opvoedkundige ideeën aan de orde. Hij besteedt veel aandacht aan de manier waarop onderwijzers de rust in de klas moeten bewaren. Dat was nodig, want uit zijn boek blijkt dat een schoolmeester soms vierhonderd kinderen in de klas had!
Straffen betekende vaak: slaan met een plankje (de plak) of een takkenbos (de roede). Valcooch had hier geen enkel bezwaar tegen, maar waarschuwde wel dat het geweld binnen de perken moest blijven. En hij maakte één uitzondering: kinderen die nog maar net naar school gingen, moesten lief behandeld worden totdat ze gewend waren.
Pas na een maand of vijf mochten de jonge kinderen bestraft worden, maar dan nog steeds niet zo streng als leerlingen die al langer meeliepen. Die konden echter al snel op klappen rekenen. Bijvoorbeeld als zij vloekten, leerboeken vernielden, eten aan de honden voerden of spijbelden.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana