Iedereen een beurs
Sinds 1986 kent Nederland de Wet op de Studiefinanciering. Hiermee was de democratisering van het onderwijs compleet: een studiebeurs voor iedere student, los van inkomen of beroep van de ouders.
-
Leidse studenten vieren de heropening van hun universiteit na de oorlog
Fotocollectie Nationaal Archief
-
Het interieur van de Nederlandse studenten societeit "Mutua Fides" in Groningen
Groninger Studenten Almanak, 1920 (Bron: Wikimedia Commons)
1986 was niet het eerste jaar dat de overheid beurzen verstrekte. Al in 1919 kreeg een klein aantal 'onvermogende jongelieden van buitengewone aanleg' een tegemoetkoming in de studiekosten. Het budget dat eerste jaar was voor alle beurzen samen honderdduizend gulden. Na de Tweede Wereldoorlog vergrootte de overheid de mogelijkheden spectaculair, maar nog steeds kreeg niet iedereen een beurs.
De schoolcijfers van de aanvrager moesten bovengemiddeld zijn en de ouders mochten niet teveel verdienen. Ook kregen meisjes soms minder geld. Enkele ambtenaren redeneerden namelijk dat meisjes minder geld voor kleren nodig hadden, omdat ze die tenslotte ook zelf konden maken!
Toch maakten studenten dankbaar gebruik van het toegenomen aantal beurzen. De studentenaantallen stegen van enkele tienduizenden vlak na de oorlog, via honderdvijftigduizend studenten in 1970 naar driehonderdduizend in 1985. Met de Wet op de Studiefinanciering (WSF) van 1986 veranderde het uitgangspunt. Iedere student kreeg recht op een basisbeurs, ongeacht ouderlijk inkomen of schoolprestaties. Studeren was niet langer alleen voor de elite weggelegd.
Sinds de invoering van de WSF is flink aan de poten van het beurzenstelsel gezaagd. Duur en hoogte van de maandelijkse bijdrage zijn flink verlaagd. Ondanks deze maatregelen is het aantal studenten verder doorgegroeid. Rond het jaar 2000 telden hogescholen en universiteiten samen bijna een half miljoen studenten.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Zoeken naar items op Europeana