Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Gewesten

Wat zijn het?

Rapporteer deze inhoud als ongepast

In de zeventiende eeuw heette Nederland nog de Republiek der Verenigde Nederlanden. Als je over deze periode leest, gaat het heel vaak over de gewesten. Maar wat zijn dat eigenlijk?

Bondgenootschap

Zoals de naam al aangeeft was de Republiek der Verenigde Nederlanden niet één land, zoals Nederland nu is. Het was een bondgenootschap van een soort onafhankelijke provincies: de gewesten. Deze provincies werkten samen in de oorlog tegen Spanje.

Staten Generaal

Vanaf 1594 bestond de Republiek uit zeven gewesten: Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Friesland, Overijssel en Groningen. Om grote politieke beslissingen te nemen over dingen die belangrijk waren voor de hele Republiek, kwamen vertegenwoordigers van elk gewest regelmatig in Den Haag bij elkaar om te vergaderen. Die vergadering heette de Staten-Generaal.

Soort Kamerleden

Maar de gewesten zelf moesten natuurlijk ook geregeerd worden. Dat deden de gewestelijke Staten. Geen staten zoals dat tegenwoordig als ander woord voor landen wordt gebruikt: de staten waren groepen van personen. Het waren vertegenwoordigers van de adel en de steden die in Statenvergaderingen besloten over financiële, religieuze en andere gewestelijke onderwerpen. De staten waren dus eigenlijk een soort Kamerleden, maar dan niet democratisch gekozen.

Holland als belangrijkste

Wie het meest te zeggen hadden in de gewestelijke Statenvergaderingen verschilde per provincie. Over het algemeen waren in Holland en Zeeland de steden het machtigst, terwijl in de andere provincies de edelen de dienst uitmaakten. Van de zeven gewesten was Holland verreweg de belangrijkste. Holland betaalde het meeste aan oorlogskosten en was de drijvende kracht achter de Opstand tegen Spanje. Bovendien vergaderden de Staten van Holland vlakbij de Staten-Generaal op het Binnenhof in Den Haag, waar de grote politieke besluiten werden genomen.

Generaliteitslanden

Een aparte status was weggelegd voor een aantal provincies en gebieden die door verovering in Noordelijke handen vielen. Omdat zij zich niet vrijwillig bij de Republiek hadden aangesloten, werden zij beschouwd als tweederangs gebied; 'wingewesten' die door de Staten-Generaal naar goeddunken werden gebruikt. Deze gebieden werden ook wel 'generaliteitslanden' genoemd, omdat ze geen eigen bestuur hadden maar rechtstreeks onder de Staten-Generaal vielen. Lang hadden zij geen enkele inspraak in de landsregering. Dit gold onder andere voor Brabant. Drenthe had weer een andere positie. Dit gebied werd niet vertegenwoordigd in de Staten-Generaal, maar mocht wel zijn eigen bestuur bepalen.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.