Max Havelaar
Geen zuivere koffie
Ketjap, koffie, pindasaus en kroepoek. Het zijn producten die we aan de koloniale handel met Indonesië te danken hebben. Dat handelen was niet bepaald 'fair trade'. Het boek 'Max Havelaar' legde voor het eerst de vinger op de zere plek.
In de vruchtbare kolonie Nederlands-Indië stierven in de negentiende eeuw mensen van de honger. Eduard Douwes Dekker werkte in Indië en schrok hier enorm van. Vol van boosheid schreef hij onder de schuilnaam Multatuli de roman Max Havelaar (1860):
'Moeders boden hun kinderen te-koop voor spyze. Moeders hebben hun kinderen gegeten ...' Koning Willem III sprak hij zelfs persoonlijk aan, omdat er meer dan 30 miljoen onderdanen werden 'mishandeld en uitgezogen in Uwen naam.'
De Nederlanders waren al sinds 1596 in Indonesië. Ze bezetten het enorme land (56x groter dan Nederland!) eerst om er handel mee te kunnen drijven. Later moesten de Indonesiërs verbouwen wat de Nederlanders wilden: koffie, specerijen en suiker. Dat leverde lekker veel geld op. Dat de Indonesiërs rijst nodig hadden voor hun eigen onderhoud, werd even vergeten. Tot 'Max Havelaar' verscheen.
De winstgevende handel werd niet gelijk gestopt. Eduard Douwes Dekker raakte wel een gevoelige snaar en zette mensen aan het denken. Hij kreeg bijval van Nederlanders die van dit 'verderfelijke, onmenschelijke, kortzigtige kruideniersstelsel' af wilden. Sindsdien investeerde Nederland daarom ook af en toe in de kolonie, maar het zou nog lang duren voor de Indonesiërs zelf konden beschikken over hun land. Pas in 1949 liet Nederland de kolonie los.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Eduard
Jan
Zoeken naar items op Europeana