Geven aan de armen
Geven aan de armen tijdens bepaalde feesten is een manier om iedereen in de gemeenschap erbij te betrekken en komt in bijna alle culturen voor.
Bij het islamitische Offerfeest bijvoorbeeld, wordt een deel van het daarvoor geslachte schaap weggegeven. En tijdens het Suikerfeest krijgen niet alleen kinderen snoep en kadootjes, maar worden ook de armen niet vergeten. In Marokko krijgen zij dan bijvoorbeeld meel.
Ook Sinterklaas deelde in de vijftiende en zestiende eeuw via de kerken al witbrood uit aan de behoeftigen. Na de Reformatie veranderde dat. Kerkelijke vieringen van het Sint-Nicolaasfeest verdwenen vanaf 1600. En daarmee verminderde ook de gulheid en gemeenschapszin van de Sint.
Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw bekommerde hij zich weer om de armen. Dit keer echter in een beschavingsoffensief. De burgerij hoopte met het geven van geschenken aan arme, vlijtige kinderen het schoolbezoek te bevorderen. Maar ook om, zoals een damesvereniging in 1869 zei, '(...)een vriendelijke zonnestraal te werpen over de vaak vreugdeloze jeugd van de minbedeelden(...).'
Oorspronkelijk waren dit lokale initiatieven om de eigen armen te helpen. Na de Tweede Wereldoorlog (1945) werden Sinterklaasacties groter. Zo hield de VARA in 1955 een landelijke speelgoedinzameling, die is uitgegroeid tot Kinderen voor Kinderen, een geldinzameling. Ook de meeste Nederlandse moslims delen tijdens het Suikerfeest allang geen meel meer uit. Ze geven geld aan de moskee, die vervolgens zorgt dat het bij een goed doel terechtkomt.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Sint
VARA
Zoeken naar items op Europeana