Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Kerstboom kwam uit Duitsland

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Eind negentiende eeuw brachten Duitse migranten de kerstboom naar Nederland. Protestanten omarmden hem als eerste, waarna de rest van het land volgde. Maar oorspronkelijk hoorde de boom bij een oude, heidense traditie.

Het gebruik om met Kerstmis een dennenboom te versieren, kwam eind negentiende eeuw over uit Duitsland. De eerste vermelding van een Nederlandse kerstboom (nog zonder kerstkransjes, maar mét appelen, noten en peren) dateert uit 1837. Niet veel later werden de eerste kerstbomen opgetuigd in de huiskamers van vrijzinnig protestantse gezinnen. Katholieken, maar ook de strengere protestanten, hielden de boom buiten de deur, omdat ze hem heidens, onchristelijk, vonden. Dat bleef zo tot de jaren vijftig: daarna hoorde de kerstboom er voor steeds meer mensen gewoon bij, wat ze ook geloofden.

Over de oorsprong van de kerstboomtraditie verschillen de meningen. Maar in de verschillende versies heeft de kerstboom wel dezelfde betekenis. Midden in de winter symboliseerde de spar met zijn groene naalden het leven dat terugkeert in de lente. De Germanen vereerden om die reden al bomen tijdens hun midwinterfeest, waarbij ze lichtjes brandden. De kerk vond dat maar niets en probeerde deze heidense gebruiken vanaf de vroege Middeleeuwen te verbieden. Maar het lukte niet deze gewoonte terug te dringen.

De niet-christelijke boomverering bleef het langst bestaan in het grensgebied tussen Frankrijk en Duitsland. In de zeventiende eeuw versierden de bewoners daar met Kerstmis boompjes. Ze gebruikten hiervoor brandende kaarsen, kleurig geknipt papier, appelen -voorlopers van de kerstballen-, koeken en nep-goud. De Duitse protestanten namen dit gebruik over en de kerstboom was geboren.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.