Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal 1

Hulp na de Watersnood

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1953 – 
/

De nasleep van een ramp is vaak hetzelfde. Spontane hulp, goed gevulde rampenfondsen en mensen die misbruik maken van de situatie. Dat gebeurde ook bij de Zeeuwse watersnoodramp van 1953.

'Geef ons heden ons dagelijks brood, en elk jaar een watersnood'. Dit cynische grapje deed de ronde in Zeeland, 1953. Het water was toen al weggepompt uit de ondergelopen polders, de doden waren geteld, de storm was gaan liggen en de overlevenden stonden wereldwijd in de belangstelling.

Van heinde en verre was hulp gekomen. Eerst in de vorm van spontane, praktische hulp, van mensen die zich inzetten om mens, dier en goed te redden. Daarna in de vorm van goederen. Lieslaarzen uit Canada, boten uit Zweden en rijst uit Iran zijn maar een paar voorbeelden van de enorme stroom spullen die op gang kwam. En natuurlijk werd er veel geld geschonken, dat via het Nationaal Rampenfonds werd verdeeld over de getroffen bevolking.

In totaal brachten verschillende acties rond de 138 miljoen gulden op, dat door het Rampenfonds werd verdeeld. Hierbij kwamen problemen voor die we bij meer rampen zien: mooi al dat geld, maar waar moet het precies heen? Een Zeeuwse ooggetuige schreef hoe mensen misbruik maakten van de goedheid van de uitkeringsambtenaren.

Voor de ramp had bijna niemand in zijn dorp televisie of een wasmachine, maar na de ramp iedereen. 'De schade-experts troffen talloze wasmachines aan die door het water wit waren uitgeslagen. Hoe dat kwam? De gedupeerden hadden die van andere gedupeerden geleend!' Het maken van cynische grapjes is op deze manier heel begrijpelijk.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.