Stoom is sneller
De industriële revolutie
De industriële revolutie maakte in de negentiende eeuw honderden ambachten overbodig. Handwerk en vakmanschap konden niet op tegen de stoommachine. Die werkte sneller en goedkoper, en het resultaat was vaak net zo goed.
-
Vincent van Gogh, 1884 (Bron: Wikimedia Commons)
Eeuwenlang had de spijkersmid met zijn hamer spijkers gesmeed. Wel 1000 per dag. Maar zijn spijkers waren duurder dan de machinaal geproduceerde spijkers die begin negentiende eeuw op de markt kwamen. Daar kon de spijkersmid niet tegenop: hij moest op zoek naar ander werk.
Datzelfde gold voor de spinsters en wevers. De spin- en weefmachines die de opkomende textielindustrie in Brabant en Twente gebruikte, werkten sneller en goedkoper dan het ouderwetse spinnewiel. De meeste spinsters en wevers hadden geen keus. Ze zetten het weefgetouw op zolder en namen dienst in de fabriek, waar ze de stoffen machinaal verwerkten.
Machines drongen in steeds meer bedrijven binnen. Zoals de kneedmachines in de in 1856 geopende Amsterdamse Meel- en Broodfabrieken. Tot dan toe hadden bakkersknechten het deeg met hun handen en voeten gekneed. De Amsterdammers waren eerst wantrouwig over de fabriek en deze ‘nieuwmodische’ heteluchtovens (in plaats van de oude hout- en turfgestookte ovens). Maar al snel verkocht de fabriek negentigduizend broden per week.
Veel ambachten verdwenen zo door de industrialisatie, maar tegelijkertijd ontstonden ook nieuwe beroepen. Mijnwerkers, lassers, en onderhoudsmonteurs bijvoorbeeld. Of trambestuurder, zoals Paul Dieges ondervond. Dieges had met zijn postkoets veertig jaar lang een goede boterham verdiend op het traject Utrecht-Zeist. Totdat de Stichtse Tramway Maatschappij in 1879 hier een tram liet rijden. Dieges raakte al zijn klanten kwijt. Zijn laatste jaren sleet hij als armoedig huurkoetsier, vaak vergeefs wachtend op een ritje.
Bijdragen
Reacties
Laden...
Karlien
Jasper
Zoeken naar items op Europeana