Inleiding Kortweg Nederland
Iedere tijd ontwerpt een eigen versie van het verleden. Vroeger gebeurde dat bij het kampvuur. Later werd dat op scholen meeslepend verteld. Nu zou televisie hét medium zijn. Alleen, dat gebeurt niet. Daar schijnt de gedachte te heersen dat geschiedenis eigenlijk te saai is om een aardig publiek te trekken. Daarom krijgt het de vorm van een gezelschapsspelletje, zoals de verkiezing van 'de grootste Nederlander aller tijden'.
Het is de vraag op grond van welke kennis de kijkers straks deze historische 'idol' kiezen. Gezien de verbrokkeling van het geschiedenisonderwijs kan het hier moeilijk om veel meer gaan dan bliksemschichten in het donker.
Dat er weinig belangstelling zou zijn voor serieuze geschiedenis is een merkwaardig vooroordeel in 'Hilversum', dat ook heerst in 'Den Haag' . Alleen al de opmerkelijk hoge oplagen van een auteur als Geert Mak zouden op het tegendeel kunnen wijzen.
Weinig behulpzaam zijn pleidooien van al diegenen die, bezield van de nobelste gedachten, beweren dat er geen historisch besef meer bestaat. Daarbij blijken zij meestal te bedoelen dat niemand meer een proefwerk kan maken dat sommigen van ons nog wel kennen van de middelbare school (althans: van vóór de Mammoetwet): 'wie deed wat, wanneer en waarom?' Met hoon duikt telkens weer het beruchte proefwerk van het Historisch Nieuwsblad op, waarin Kamerleden op dit soort vragen een dikke onvoldoende scoorden. Een herhaling onlangs onder 'gewone mensen' leverde een nog droeviger beeld op.
Naast onwil heerst ook onzekerheid: welk verhaal valt hier te vertellen? De schuchterheid over het historisch verhaal is vooral een gevolg van veranderingen in de samenleving. Nederland is 'ontzuild'. Kerken en politieke bewegingen hebben aan overtuigingskracht ingeboet. Bijpassende rituelen zijn vervaagd. Niet langer zijn wijze lessen en aansporingen te ontlenen aan de geschiedenis. Historische kennis is verschraald tot eruditie.
Als we weer historisch besef willen kweken, dan gaat het niet zozeer om de weetjes: de jaartallen van rampen en vorsten, al is daar op zichzelf niets mis mee. Het gaat om de gedachte dat het heden niet goed te begrijpen valt zonder enig inzicht in de ontwikkeling tot dat heden.
Tegen deze ambitie klinken doorgaans twee bezwaren. Het eerste is dat dit zou voortvloeien uit nostalgie. Oude schoolmeesters zouden een achterhaald verlangen koesteren naar de overzichtelijkheid van de 'nationalistische en etnocentrische geschiedschrijving van onze blanke voorvaderen'. Dit klinkt al erg genoeg, maar gewoonlijk volgt dan nog dat we nu eenmaal in een 'postmoderne wereld' leven. De fragmentatie van mens en samenleving is niet langer in een consistent verhaal te vatten. 'Laat duizend bloemen bloeien' en het komt vanzelf wel goed.
Het tweede bezwaar is dat historisch besef op zichzelf, als een manier om naar de werkelijkheid te kijken, een tijdelijk verschijnsel is. Het is aan het eind van de achttiende eeuw opgekomen, beleefde zijn bloeitijd in de negentiende eeuw en zal nu ten onder gaan. We leven in een 'posthistorische wereld' en belangstelling voor geschiedenis is op z'n best een oudemannenkwaal.
En zo mogen we kiezen uit tuchteloosheid of vruchteloosheid. Het gevolg van deze verwarring is de opmerkelijke dictatuur van het nu en hier, het zogenaamde presentisme. Bijna tien jaar geleden merkte Rudy Kousbroek al eens op dat in Nederland, in tegenstelling tot allerlei andere landen, vooral de gedachte leeft dat weinig uit het verleden nog interessant of waardevol kan zijn: ,,Dat is wat in dit land dat eigenaardige gevoel geeft dat er een dimensie ontbreekt.'' In het openbare debat is de continuïteit met het verleden nagenoeg afwezig.
Een dergelijke continuïteit wordt doorgaans gevonden in een canon: een geheel aan kennis en inzichten, aan ordening en interpretatie van het verleden. Daaraan dienen we meteen toe te voegen dat een dergelijk geheel niet onveranderlijk is. Integendeel, een canon mag en kan niet worden gecanoniseerd. Essentieel is juist dat deze voortdurend onderwerp is van reflectie. Wie en wat verdienen een plek in de canon en waarom? De canon nodigt uit tot kritiek, tot aanvulling en in ieder geval tot gebruik.
We hebben geprobeerd een beknopte canon te formuleren voor de 'Nederlandse' geschiedenis. Bij de samenstelling hebben drie criteria een rol gespeeld. Hoe heeft het huidige Nederland zich gevormd? Welk politiek-bestuurlijk systeem was in dit gebied overheersend? Welke ontwikkelingen hebben de Nederlandse samenleving sterk beïnvloed?
Aan deze proeve van een canon zouden we een motto willen meegeven dat aan Willem van Oranje is toegeschreven: 'Hoop is niet vereist om ergens aan te beginnen, succes niet nodig om te volharden.'
Dr. J.Th.M. Bank is hoogleraar vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Dr. P. de Rooy is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Deze tekst, in combinatie met de beschrijving van de tien tijdvakken, werd op 30 oktober 2004 geplubliceerd in het NRC Handelsblad.
De indeling in tien tijdvakken is, met een enkele kleine wijziging, overgenomen uit het Advies van de Commissie Historische en Maatschappelijke vorming (voorjaar 2001).
Dit is de inleiding uit Kortweg Nederland, een uitgave uit 2005 van Anno en NRC Handelsblad.
| Ga naar de inhoudsopgave | Ga door naar hoofdstuk 1 |
Bijdragen
Reacties (5)
Reacties (5)
Loading…
Jan
Zoeken naar items op Europeana
Wat een saaie tekst!
Misschien is het de schrijvers opgevallen dat er van mijn hand de afgelopen jaren het een en ander is beweerd over de vorm waarin geschiedenis gepresenteerd zou moeten worden. Zoals u op mijn website www.guidoeverts.nl kan vinden heb ik daarbij Johan Huizinga als meest geëerde compagnon aan mijn zijde gevonden. Ik had daarbij voornamelijk de Canon van Nederland op het oog die twee jaar na Kortweg Nederland gepresenteerd werd aan den volke. Maar lieve mensen, dit boekje leest toch niemand? Het is niet leuk en/of lekker leesbaar, het is gewoon saai. Waarom niet de allerbeste schrijver die we in ons landje hebben uitgenodigd om zoiets voor ons te maken? Enfin, dat verhaal is langzamerhand al oud en der dagen zat. (Kijk maar op Entoen.nu: niemand komt daar meer voor het debat.) En dan nog iets. Waarom toch altijd dat heen en weer geslinger tussen wel of niet voldoende historisch besef in ons land? Eerst beweert u hierboven (anno 2004, alla, maar toch) dat dat weinig vruchtbaar is om daarover te klagen, om vervolgens die klacht an sich bijzonder serieus te nemen en er van alles aan te willen doen. Pierre Nora schiet mogelijk bij u in het verkeerde keelgat, met zijn dramatische voorstelling van zaken op dit gebied. Maar hoe vruchtbaar zou het zijn om Nora eens serieus te nemen en er gewoon eens voor te gaan, met alles wat we in huis hebben. Zoals dit verheugende museum. Maar vergeet vooral de boodschap van Huizinga niet: zonder 'vorm', dat wil zeggen, literair, dramatisch-episch, geen geschiedenis die in een gemeenschap kan beklijven. Ik heb het advies van de beste die je maar kan hebben.
Wat ik bedoel met 'tekst'
Ik bedoel met 'tekst' natuurlijk het boekje zelf, de inhoud. Dus niet de inleiding. Die is lekker leesbaar. Maar zodra het leerstof betreft dient alle fut eruit te worden verwijderd lijkt het altijd wel. Maar nog iets anders. Laat er nu iemand zijn die bereid en heel goed in staat is een goed verhaal te smeden van zo'n canon. Zij heet Anjali Taneja en schreef het zeer succesvolle Het huis Anubis voor Nickelodeon en de jeugdserie Vrijland voor de KRO. Benader haar, NHM, ik deed dat al: zij is zeer positief. Dan wordt het smullen in de klaslokalen, waar dat ook thuishoort. Ook op tv, bij Klokhuis, dat is een goed idee. Maar een vertelling-aan-een-stuk is zoveel prachtiger dan losse thema's aan elkaar. Een heel goed 2011 toegewenst voor het NHM, met prachtige verhalen!
Re: Wat ik bedoel met 'tekst'
Beste Guido,
Het boekje Kortweg Nederland is in 2004 in de NRC gepresenteerd als toelichting op de tien tijdvakken die vooral in het onderwijs gebruikt worden. Het geeft, zoals de titel al aangeeft, een kort overzicht van de Nederlandse geschiedenis. Via onze website en de projecten die we uitvoeren willen we juist verhalen over Nederlandse geschiedenis presenteren, die verhalen die de Nederlandse geschiedenis levend maken. Erik Schilp heeft hier eerder dit jaar uitgebreid bij stil gestaan in zijn lezing voor Euroclio, een internationale NGO die als doelstelling heeft innovatie en vooruitgang in geschiedenisonderwijs te bevorderen.
Deze benadering vind je terug op deze website en in onze projecten. We vertellen verschillende verhalen bijvoorbeeld via de Nationale Automatiek, en X was hier. Uitgangspunt voor de website en onze projecten is dat iedereen ook zijn verhaal over Nederlandse geschiedenis kan toevoegen. Ik hoop dat jij je ook geroepen voelt om verhalen toe te voegen.
Dank voor de tip over Anjali Taneja. Het Nationaal Historisch Museum start in 2011 eerst met de ontwikkeling van de vijftig afleveringen over de canon. Een unieke
samenwerking tussen het museum en Het Klokhuis. Wij willen zo veel mogelijk mensen bereiken met de geschiedenis van Nederland; het televisieprogramma brengt de geschiedenis bij kinderen thuis.
Ook voor jou een heel goed 2011 toegewenst en we zien uit naar je verhalen!
Groet,
Elisabeth Wiessner
Community manager Nationaal Historisch Museum
Hoe wil je ze hebben, die verhalen?
Beste Elizabeth,
Dank voor je reactie, maar iets dieper in de materie duiken kan geen kwaad, ook al klinkt dat ozo arrogant. Wat wil het geval met de vele canonteksten die alom geproduceerd worden (een hele reeks daarvan vult al geruime tijd een plank in mijn boekenkast)? Dat ze niet gelezen worden als canon. Dat wil zeggen, als modeltekst-voor-eenieder. Ze missen allemaal hun eigenlijke doel, het smeden van een collectief beleefbare interesse, betrokkenheid bij de eigen cultuur etc. Er is, daar ben ik vast van overtuigd geraakt in de afgelopen decennia dat ik mer erin verdiept heb, een vertaalslag nodig voor zo'n canon waarbij zowel vertaler als vertaling tot de maatschappelijke taak geroepen wordt die bij zo'n canon hoort. Zelfs al zou ik over megatalenten beschikken op het gebied van het vertolken van complexe zaken voor een massaal publiek, dan nog zou ik ermee wachten dat te doen tot een maatschappelijk instituut van enig gezag mij daartoe de officiële opdracht zou verlenen. Niet om eigen status en inkomen te waarborgen, maar om het succes van de canon te waarborgen. Zonder democratische structuur blijlft het een verhaaltjesplakkerij met geen enkele duurzaamheidswaarde. Het is nu juist dat laatste waartoe men zo ontzettend lastig bereid is om dat te onderschrijven: teksten blijven, zodra ze voor de (jonge) lezers klaargelegd worden, van een schrikbarend slecht niveau. Daar moet dezelfde lezer het dan wel mee stellen, jarenlang in het geval van de Canon van Nederland. Alternatieven komen alleen hapsnap, precies zoals ik hierboven schetste. Aan u de Taak om mensen te vinden die niet ala hapsnap maar met algemene stemmen aan hetwerk gesteld worden om er iets prachtigs van te maken. Heel veel succes daarmee gewenst!
Voorstel voor het democratisch kiezen van verhalen
Al heel lang leef ik met het ideaal van het democratisch kiezen van verhalen voor in het onderwijs. Hoe? Dat leg ik haarfijn uit op de webste van Entoen.nu, okay? Bij deze dan:
http://entoen.nu/forum.aspx?topic=248