Tijd van jagers en boeren
prehistorie, tot 50 voor Christus
Nederland ontstaat uit water, klei en zand. Vier grote rivieren de Rijn, de Maas, de Schelde en de Eems monden hier uit in de zee. Een dergelijk landschap, met een lange zeekust en 'brede rivieren, die traag door oneindig laagland gaan' (H. Marsman), nodigt uit tot scheepvaart.
Uit verre streken komen soms groepen mensen om te jagen. Langzamerhand ontstaan de eerste sporen van bewoning. Eerst leven mensen van de jacht en de visserij, later ook van de landbouw. De eerste boeren vestigen zich ruim 5.000 jaar voor Christus op vruchtbare gronden in Limburg. Op de noordelijke zandgronden verschijnen omstreeks 3.000 voor Christus hunebedden (grafheuvels met grote zwerfkeien). Bewoners van de noordelijke kleigebieden, die blootstaan aan de grillen van de zee, bouwen vanaf circa 700 voor Christus hun dorpen op terpen (kunstmatige heuvels).
Verder weten we eigenlijk vrij weinig van het leven in de prehistorie. De 'voorgeschiedenis' blijft een moeilijk te ontrafelen mysterie.
Dit is hoofdstuk 1 uit Kortweg Nederland, een uitgave uit 2005 van Anno en NRC Handelsblad.
| Ga naar de inhoudsopgave | Ga terug naar de inleiding | Ga door naar hoofdstuk 2 |
Bijdragen
Reacties
Loading…
Jan
Elisabeth
Zoeken naar items op Europeana