Goedkoper gas
Gemeentes kochten gasfabrieken
In de negentiende eeuw namen veel gemeenten gasfabrieken over om de gasprijs te verlagen.
-
De gasfabriek in Nieuwe-Niedorp in 1964
Foto: H.P. Burger
-
De bouw van twee gashouders van De Hollandsche Gazfabriek aan de Schans
Cornelis Springer, 1847 (Bron: Wikimedia Commons)
Voor de ontdekking van de aardgasbel bij Slochteren, in 1959, werd gas gewonnen uit steenkool. Dat gebeurde in grote, vervuilende fabrieken. Het steenkoolgas werd gebruikt voor verlichting, in huis en op straat. De eerste gasfabriek van Nederland stond vanaf 1827 aan de Scheepstimmermanslaan in Rotterdam. De eigenaar was de Engelse firma ICGA.
De Engelsen vroegen een hoge prijs voor hun gas. Twee Rotterdamse aannemers, de broers Van Limburgh, wisten zeker dat het goedkoper kon. Zij richtten in 1852 daarom een concurrerende fabriek op, de Nieuwe Rotterdamsche Gasfabriek (NRG). De prijs van het gas daalde direct met vijftig procent. Maar bij die prijsdaling bleef het. Het gas bleef te duur, vond de Rotterdamse gemeente. En de verschillende ondergrondse leidingnetten maakten het niet goedkoper.
Rotterdam besloot daarom in 1883 dat één gasfabriek genoeg was. Bovendien moest die fabriek onder beheer komen van de gemeente, die een eerlijke prijs zou rekenen. Een aantal raadsleden had aandelen in de NRG en zorgde ervoor dat Rotterdam die fabriek in 1884 aankocht. De fabriek werd grondig verbouwd om ook gas te kunnen leveren aan ex-klanten van de Engelse fabriek.
Ook in de rest van Nederland kochten gemeenten gasfabrieken aan om de gasprijs te verlagen. Die invloed van de overheid op de gasprijs duurde tot 2004, toen de energiemarkt werd vrijgegeven.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Karlien
Zoeken naar items op Europeana