Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Goedkoper gas

Gemeentes kochten gasfabrieken

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1884
/

In de negentiende eeuw namen veel gemeenten gasfabrieken over om de gasprijs te verlagen.

Voor de ontdekking van de aardgasbel bij Slochteren, in 1959, werd gas gewonnen uit steenkool. Dat gebeurde in grote, vervuilende fabrieken. Het steenkoolgas werd gebruikt voor verlichting, in huis en op straat. De eerste gasfabriek van Nederland stond vanaf 1827 aan de Scheepstimmermanslaan in Rotterdam. De eigenaar was de Engelse firma ICGA.

De Engelsen vroegen een hoge prijs voor hun gas. Twee Rotterdamse aannemers, de broers Van Limburgh, wisten zeker dat het goedkoper kon. Zij richtten in 1852 daarom een concurrerende fabriek op, de Nieuwe Rotterdamsche Gasfabriek (NRG). De prijs van het gas daalde direct met vijftig procent. Maar bij die prijsdaling bleef het. Het gas bleef te duur, vond de Rotterdamse gemeente. En de verschillende ondergrondse leidingnetten maakten het niet goedkoper.

Rotterdam besloot daarom in 1883 dat één gasfabriek genoeg was. Bovendien moest die fabriek onder beheer komen van de gemeente, die een eerlijke prijs zou rekenen. Een aantal raadsleden had aandelen in de NRG en zorgde ervoor dat Rotterdam die fabriek in 1884 aankocht. De fabriek werd grondig verbouwd om ook gas te kunnen leveren aan ex-klanten van de Engelse fabriek.

Ook in de rest van Nederland kochten gemeenten gasfabrieken aan om de gasprijs te verlagen. Die invloed van de overheid op de gasprijs duurde tot 2004, toen de energiemarkt werd vrijgegeven.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.