Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

De koningin aan het werk bij een nieuw kabinet

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Bij de vorming van een nieuw kabinet wijst de koningin een zogenaamde informateur aan.

Die onderzoekt welke partijen het beste kunnen samenwerken, en probeert met deze partijen afspraken te maken over het beleid. Later kiest de koningin ook de formateur, die de ministers bij elkaar zoekt. Voordat ze haar keuzes maakt, vraagt de koningin wel advies aan politici, maar ze beslist uiteindelijk zelf.

Koningin Beatrix' betovergrootvader Willem II, koning van 1840 tot 1849, had nog veel macht. In de grondwet van 1813 stond zijn macht beschreven. De koning kon op eigen houtje Kamerleden ontslaan. Ministers luisterden eerder naar de wensen van de koning dan naar die van de Eerste en Tweede Kamer.

In die tijd gingen steeds meer stemmen op om de grondwet flink te veranderen. Vooral liberale politici vonden het niet goed dat één persoon zoveel macht had. Koning Willem II wilde er niets van weten. Tot 1848. Op veel plaatsen in Europa braken revoluties uit. Vorsten werden door het volk gedwongen op te stappen of veel van hun macht af te staan.

Willem II werd bang. Om problemen voor te zijn, vroeg hij een commissie onder leiding van de liberaal Thorbecke een nieuwe grondwet te maken. Eind 1848 was 'ie af. Vanaf toen waren de ministers verantwoordelijk voor het beleid. Het parlement kreeg meer te zeggen. Daarom heeft koningin Beatrix officieel alleen politieke invloed als er een nieuwe regering komt.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.