Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Tijd van pruiken en revoluties

1700 - 1800

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1700 – 1800
/

De achttiende eeuw wordt steeds meer beheerst door de Verlichting - een periode waarin nieuwe ideeën opkomen over godsdienst, burgerschap en wetenschappen. Deels zijn deze ideeën van oudere datum, zoals die van de Nederlandse filosoof Baruch Spinoza (1632-1677). De nieuwe opvattingen worden intensief besproken in genootschappen waarin burgers zich verenigen uit liefde voor de kunsten en wetenschappen.

In de Republiek groeit in de achttiende eeuw bovendien het besef dat het niet langer goed gaat met het land, al is het maar omdat de buurlanden economisch harder groeien. Vooral de overwinning van een Engelse vloot op de Nederlandse, in 1780, wordt gezien als bewijs dat het land in verval is.

De tijd is rijp dus voor een nieuwe stroming, die van de 'patriotten'. Zij keren zich tegen de decadente Franse levensstijl van met pruiken uitgedoste regenten. De patriotten willen dat alle burgers terugkeren naar de oude liefde voor het vaderland. Daarbij verenigen zij twee politieke opvattingen. Ten eerste pleiten ze voor herstel van oude burgerrechten, die zouden zijn aangetast door de stadhouder en diens partijgangers. Ten tweede eisen ze nieuwe, 'democratische' rechten, met grotere zeggenschap voor grote delen van de bevolking. Dit zijn opvattingen die dan ook klinken in Frankrijk en in een nieuwe staat, de Verenigde Staten van Amerika.

De nieuwe ideeën leiden tot een reeks conflicten tussen de patriotten en de prinsgezinden (aanhangers van Oranje). Beide partijen vinden weerklank bij andere landen. Voor de Orangisten zijn dat Pruisen en Engeland. De patriotten krijgen steun uit Frankrijk, waar sinds de Franse Revolutie van 1789 een radicaal bewind heerst.

In 1795 wordt Nederland door Franse legers 'bevrijd'. Stadhouder Willem V (1748-1806) ontvlucht de Republiek. Revolutionaire patriotten plegen in 1798 een echte staatsgreep. Zij kondigen een grondwet af - de eerste moderne constitutie in de Nederlandse geschiedenis.

Niet langer is de Republiek een unie van verschillende zelfstandige gewesten. Het is nu een eenheidsstaat met een centrale regering in Den Haag en een hoofdstad Amsterdam. Er komt een strikte scheiding tussen staat en kerk, waardoor de Gereformeerde Kerk haar bevoorrechte positie verliest. Voortaan is in principe iedereen te benoemen in elke politieke functie. Alle Nederlanders, onder wie voor het eerst ook joden, krijgen burgerrechten, wat de formele opheffing van standsverschillen betekent.

Dit is hoofdstuk 7 uit Kortweg Nederland, een uitgave uit 2005 van Anno en NRC Handelsblad.

Ga naar de inhoudsopgave Ga terug naar hoofdstuk 6 Ga door naar hoofdstuk 8
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.