Hoe Naarden uit de as verrees
In 900 had het Duitse klooster Werden de plaats Naruthi met een kerk met kerkenland in bezit. Vrijwel zeker ging het om Naarden of een deel daarvan, gelegen ten noorden van het water Almere, de latere Zuiderzee.
Platgebrand
Aan het begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten (1345-1490) koos Naarden de kant van de Kabeljauwen. Rond 1350 kreeg de stad de rekening gepresenteerd. Hoekse benden verbrandden haar tot op de grond.
Nieuwe stad
Al snel kregen de Naarders toestemming een nieuwe stad te bouwen, maar wel op een andere plek. Het verwoeste Naarden werd daarmee Oud-Naarden. Het nieuwe Naarden verrees ‘daar waar het de Hollandse graaf en de stad Naarden het beste leek’, met inspraak van de baljuw (een ambtenaar van de graaf) en de gerechten van Amsterdam, Muiden en Weesp.
Poorters
Al in 1353 was er sprake van een nieuw Naarden, een echte ommuurde stad met toegangspoorten. Vandaar dat de inwoners van steden ook poorters genoemd werden. Ze kregen nieuwe maar op oude leest geschoeide stadsrechten en mochten ook een haven met visafslag exploiteren. Al die voorrechten stonden op schrift (oorkonden, keuren) en werden in een zware kist in het stadhuis bewaard.
Strategisch gelegen
Omdat het nieuwe Naarden het rechtsgebied van Muiderberg overlapte, werden in 1396 de grenzen van de stadsvrijheid simpelweg verlegd in de richting van dat dorp. Muiderberg verloor dus kostbare grond en inkomsten. Zo ontwikkelde Naarden zich van een kleine handelsnederzetting aan de Zuiderzee tot een nieuwe stad op een economisch en militair gezien strategisch gelegen plek. De kazematten en bastions die nu nog te bewonderen zijn, zijn in de zestiende en zeventiende eeuw gebouwd. Een onvoorzien effect was dat de groei van de stad belemmerd werd. Naarden staat daarom bekend als ‘vestingstadje’.
Bijdragen
Reacties
Laden...
Jan
Elisabeth
Zoeken naar items op Europeana