Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

}"} Verhaal

Traditie te paard

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Lang speelde het paard dankzij zijn snelheid en kracht een sleutelrol in het leger.

Wat stelde bijvoorbeeld een Middeleeuwse ridder voor zonder zijn trouwe strijdros? De cavalerie was van oudsher bovendien een elite-onderdeel: wie deel wilde nemen aan deze bereden eenheid moest letterlijk van goeden huize komen en twee paarden meenemen. Het waren daarom vooral rijke boerenzonen en landadel die een plaats in dit legeronderdeel kregen.

Maar in het begin van de twintigste eeuw verdween het paard door concurrentie van gemotoriseerde voertuigen uit het leger. Vooral de ontwikkeling van de tank tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918) betekende het begin van het einde voor de militaire paarden. De wisseling van de wacht werd meteen na de Tweede Wereldoorlog (1939 – 1945) doorgezet.

Met het verdwijnen van de paarden uit het leger, verdwenen ook de militairen te paard die als ere-escorte meereden bij officiële gelegenheden. In 1966, bij het huwelijk van Beatrix en Claus, veranderde dat: er werd voor het eerst weer een speciale ere-cavalerie-escorte ingezet.

Vanaf 1971 is de ‘traditie’ ook weer op Prinsjesdag hersteld. Beroepsmilitairen en reservisten rijden sindsdien op hun eigen paarden of op paarden afkomstig van particulieren mee in de koninklijke stoet. Veel meer dan een ceremoniële rol in een gelegenheidseenheid is het niet. Maar toch staan de paarden elk jaar even weer in het middelpunt van de belangstelling.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.