Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Onze Olympische boycot van 1956

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Jarenlang hadden de Nederlandse sporters getraind voor de Zomerspelen in het Australische Melbourne in 1956. Maar de Russische inval in Hongarije datzelfde jaar gooide roet in het eten. Hongaren kwamen in opstand tegen de Sovjet-onderdrukking.

Toch gingen zowel zij als de Russen gewoon naar de Spelen, wat leidde tot een gewelddadige waterpolofinale tussen de twee landen. Maar het Nederlands Olympisch Comité (NOC) vond dat het een daad moest stellen. Vlak voor het begin van die Spelen trok het NOC volkomen onverwacht zijn delegatie terug - zonder enig overleg met de sporters. Alleen Spanje en Zwitserland sloten zich aan bij deze boycot.

De Nederlandse sporters waren zeer teleurgesteld. Atlete Puck van Duyne-Brouwer bijvoorbeeld wilde eigenlijk al na de Spelen van 1952 stoppen, maar besloot toch nog vier jaar door te trainen. In Melbourne was ze kanshebber voor een gouden medaille. Ze zat al in Australië toen ze van de boycot hoorde. 'We konden het niet geloven. Ik ben meteen daarna gestopt. Om kinderen te krijgen.'

Precies een halve eeuw later, op 27 juni 2006, was in het Olympisch Stadion in Amsterdam een bijeenkomst van sporters die in 1956 naar Melbourne hadden moeten gaan. Erica Terpstra erkende namens de Olympische beweging dat er fouten zijn gemaakt. Deze sporters werden alsnog officieel erkend als Olympiërs, alhoewel sommigen nooit aan de Olympische Spelen hadden meegedaan.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.