Regionale spoorstrijd
Bij het ontstaan van de spoorwegen in Nederland waren de regionale vervoersmaatschappijen erg machtig. Toen voerden ze vooral onderling strijd.
Met
Nederland was laat met het aanleggen van spoorwegen. Koning Willem I wilde graag een spoorlijn van Amsterdam naar Arnhem, maar hij kreeg lange tijd de financiering niet rond. Uiteindelijk hadden twee Amsterdamse kooplieden met hun Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) de primeur. Zij brachten in 1839 tussen Haarlem en Amsterdam de eerste Nederlandse treinverbinding tot stand.
Pas vanaf 1860 ging de overheid zich sterk met het onderhoud en de aanleg van het spoor bemoeien. Aan het einde van de negentiende eeuw lag Nederland vol met spoorlijnen. Het treinvervoer werd overgelaten aan vier grote maatschappijen die een concurrentiestrijd voerden. Hierdoor was de aansluiting slecht en waren er grote prijsverschillen in de kaartjes. Vervelend voor de reiziger was ook dat hij bij het overstappen vaak snel een nieuw kaartje moest halen voor de volgende trein.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de overgebleven twee maatschappijen door de regering gedwongen tot samenwerking. Door de stijgende steenkoolprijzen was dit ook noodzakelijk om niet bankroet te gaan. Pas in 1938 ontstond uit een fusie tussen deze maatschappijen de staatsmonopolist Nederlandse Spoorwegen. Het beheer en het vervoer kwamen in één hand. In 1995 verviel dit monopolie en kreeg ProRail het beheer over het spoor. In 2007 was ongeveer éénderde van het spoorvervoer in ons land ook weer in handen van regionale bedrijven.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Koning
Nederlandse
Hollandsche
Elisabeth
Zoeken naar items op Europeana