Heidens zwijn op Midwinterfeest
Tijdens de Germaanse Midwinterfeesten, de voorloper van ons kerstfeest, was het everzwijn een vast onderdeel.
Rond 25 december vierden de Germanen hun Midwinterfeesten of Joelfeesten. De Germanen leefden vooral als boeren, waardoor ze sterk afhankelijk waren van de seizoenen. Tijdens de winter hadden ze weinig werk: er groeide niets op het land en het vee plantte zich niet voort. Zo vlak na de kortste dag (21 december) keken ze reikhalzend uit naar de lente. Met een brandend zonnerad verwelkomden ze de langere dagen en met grote vuren en offers werd Freyr, de god van de vruchtbaarheid, gunstig gestemd.
Een steeds terugkerend offer was het everzwijn, een dier dat sterk met Freyr werd geassocieerd. Op een speciale boomstam, het joelvuur, werd het zwijn geofferd. Sommige landen hebben in hun moderne kerstfeest hier nog restanten van: in Engeland heten kerstcakejes in de vorm van een boomstam yule logs en Skandinaviërs eten met kerst koek in de vorm van een everzwijn.
De geboorte van Jezus wordt pas sinds de vierde eeuw na Christus in december gevierd. Naast de Germanen vierden ook de volken rond de Middellandse Zee lichtfeesten rond 25 december. De christelijke keizer Constantijn de Grote en paus Liberius legden daarom in 354 vast dat Jezus, 'Het licht van de wereld', op deze dag geboren moest zijn.
Bijdragen
Reacties
Loading…
Zoeken naar items op Europeana