Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Wintersport tijdens Olympische Spelen

Rapporteer deze inhoud als ongepast

In 1924 werden wintersporten voor het eerst toegevoegd aan de Olympische Spelen, in het Franse Chamonix.

De moderne Olympische Spelen bestaan sinds 1896. Eerst werden op deze Spelen alleen ‘zomerse’ sporten beoefend. Maar sinds 1908 programmeerden de zomerse Olympische Spelen ook enkele wintersporten.

Kunstschaatsen

De Spelen van 1908 in Londen begonnen eind april en eindigden een half jaar later op 29 oktober met het kunstrijden. Het deelnemersveld was niet zo groot. Bij het kunstschaatsen voor paren deden alleen een Duits paar en twee Britse paren mee. Ze wonnen dus allemaal een medaille: de Duitsers goud, de Britten zilver en brons. De olympische gedachte 'deelnemen is belangrijker dan winnen' werd hier 'deelnemen is winnen'. Nederland deed pas in 1952 mee aan het kunstrijden: Alida Stoppelman ging toen naar de Spelen in Oslo. De eerste Nederlandse medaille in deze discipline was voor Sjoukje Dijkstra. Ze haalde zilver in Squaw Valley in 1960. Vier jaar later won ze goud in Innsbruck.

IJshockey

Ook bij de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen zat er wintersport in het programma. Naast het kunstrijden was nu ook ijshockey een olympische sport. Canada werd eerste. De Nederlandse ijshockeyers wisten zich zestig jaar later in 1980 voor de eerste (en laatste) keer te plaatsen voor de Winterspelen, in Lake Placid in de Verenigde Staten. De ploeg bestond gedeeltelijk uit Nederlandse Canadezen. Ze werden negende na zes wedstrijden en wonnen alleen van Polen.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.