Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal 1

De kerstening van Nederland

Rapporteer deze inhoud als ongepast
700 – 754
/

Rond 700 maakte Nederland kennis met het christendom. Veel mensen lieten zich bekeren, maar bleven tegelijk hun oude goden vereren.

'U zult de heidense volken onderwijzen in de regels van Zijn Koninkrijk', las de Engelse bisschop Bonifatius in 719 in een brief van paus Gregorius II. 'U zult dit doen met liefde, kalm en op een manier die zij begrijpen.' Het christendom was in opmars in Europa. Overal werden mensen die nog niet in Christus geloofden bekeerd, en niet altijd met zachte hand.

Met de pauselijke zegen op zak reisde Bonifatius naar Utrecht, naar zijn collega Willibrord, die in 690 als eerste bisschop de Nederlanden had bereikt. Deze had een trucom mensen te bekeren. Zodra de heidenen zagen dat hun goden niet ingrepen als een heiligdom werd vernield, waren zij overtuigd van de kracht van de nieuwe God.

Bonifatius paste dezelfde tactiek toe. Een leerling beschrijft hoe hij een heilige eik omhakte. 'De heidenen vervloekten hem. Maar de eik stortte krakend neer. Daarop prijsden ze de Heer. Van het eikenhout bouwde Bonifatius een kerk.'

Toch werd Bonifatius in 754 tijdens een bekeringsmissie bij Dokkum vermoord. Hij had nog geprobeerd zich te verdedigen met zijn dikke bijbel, maar woedende Friezen sloegen daar hun zwaarden dwars doorheen.

Willibrord, Bonifatius en hun opvolgers hebben de Nederlanden onmiskenbaar veranderd. De bekering ging niet vanzelf, zoals blijkt uit de moord, maar op den duur werd Nederland een volledig christelijk land.

Toch werden niet alle Germaanse gewoonten uitgeroeid, tot op de dag van vandaag. Christelijke gelovigen leggen bijvoorbeeld rond Kerstmis cadeaus onder bomen en branden kaarsjes: het Germaanse lichtfeest schijnt door de christelijke kerstviering.

Bijdragen 
Reacties (1)

Waar zijn de soldaten gebleven?

Kerstening ging niet vanzelf, zoals u ook al schrijft. De rol van Frankische soldaten bij de verwoesting van een heiligdom lijkt mij bepalend als overredingsmiddel bij het 'prijzen van de Heer'. Dat mag er best bij vermeld worden. Als de plaat van Isings over Willibrord niet in de klas hangt, waarop een contingent soldaten zichtbaar is, wordt de bron van onze "joods-christelijke beschaving" niet echt helder. Godsdienst werd een verplichting en een politiek. De Islam wordt de laatste tijd besmeurd aan alle kanten, en dat mag ook van de rechter. Mogen we nog steeds niks ten nadele van het Christendom zeggen als het over deze gevoelige periode gaat?

Rapporteer deze inhoud als ongepast
,
20 juli 2011, 10:27
Reacties (1)

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.