Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Aan het werk! Boschplan tijdens crisis

Rapporteer deze inhoud als ongepast
1934 – 1940
/

Nederland in 1934. Er heerste crisis, de werkloosheid was enorm. Via het Boschplan werden duizenden werklozen verplicht het Amsterdamse Bos aan te leggen.

Vanaf 1929 had Nederland te maken met een economische crisis. In een paar jaar waren 500.000 Nederlanders werkeloos. Deze werklozen kregen steun van de regering: geld, kleding en voedselbonnen. Wel moesten ze zich een paar keer per dag melden op het stempelkantoor om 'muizelarij' (zwartwerken) te voorkomen.

Ter vermindering van de werkeloosheid bedacht de regering projecten die veel werk opleverden en die de maatschappij ten goede kwamen: werkverschaffingsprojecten. In Den Haag werd bijvoorbeeld het Zuiderpark aangelegd. In 1934 startte het grootste werkverschaffingsproject: het Boschplan. Amsterdamse werklozen werkten verplicht aan de aanleg van het Amsterdamse Bos. Bij weigering werd de steun ingetrokken.

Zes dagen per week, drie maanden lang, werkten 1000 vooral ongeschoolde arbeiders in ploegen van 8 tot 12 man. Het inkomen was afhankelijk van de groepsprestatie. In een slechte groep verdiende je maar 12 gulden per week, terwijl de steun 15 gulden bedroeg. Maar in de zogenaamde 'gouden ploegen', vol sterke jonge mannen, verdiende je soms wel 22 gulden.

Omdat er geen goede machines waren, werd het graven en planten met de hand gedaan. Dat was voor mensen, die dat niet gewend waren, erg zwaar. 'Er waren onderwijzers en oudjes die krom liepen van de rugpijn, huilend, met bloedende handen', vertelde een jonge arbeider.

Het project duurde tot 1940. 'Want toen kwam', in de woorden van een bejaarde werkloze, 'gódzijdank de oorlog'. Tot 1940 werkten 20.000 werklozen aan de aanleg van het Amsterdamse Bos. De laatste boom werd in 1964 geplant, door een betaalde werknemer.

Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.