Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Verhaal

Nederlanders zijn geen technici

Rapporteer deze inhoud als ongepast

Rond 1800 zagen Nederlanders niets in hoger technisch onderwijs. De paar bedrijven die machines gebruikten, leidden hun eigen mensen wel op. En wat moesten vakmensen met theoretische kennis?

In andere landen werd de technische ontwikkeling veel meer omarmd. Frankrijk liep voorop: in 1794 werd in Parijs de eerste Technische Hogeschool van Europa geopend. Duitsland volgde ongeveer dertig jaar later met instellingen in onder andere Berlijn en München.

In Nederland richtte koning Willem II pas in 1842 de Koninklijke Akademie op, in Delft. Het aantal machines nam tenslotte toe, en het aantal mensen dat er mee moest werken ook. Er waren nog steeds critici die het onberedeneerd, ondoelmatig en onverantwoordelijk vonden. Toch meldden zich direct al 48 kwekelingen aan. Zij voldeden aan de eisen, want zij konden rekenen met breuken, een vierkantswortel trekken en een vergelijking met één onbekende oplossen. Vier jaar later studeerden de eerste acht techneuten af.

De Akademie bleek een zorgenkindje. De status van de school was onduidelijk en de leerlingen zouden vrijgevochten en ordeloos zijn. De Akademie werd in 1864 vervangen door de Polytechnische School. Het was nog steeds geen universiteit, maar ontwikkelde zich nu wel tot een serieuze instelling.

Met de industriële revolutie was dat ook hard nodig. Concurrentie met andere landen vroeg om goed opgeleide technici. In 1903 waren er voor het eerst meer dan duizend eerstejaars. Twee jaar later kreeg de opleiding eindelijk de status van universiteit.

Bijdragen 
Reacties

Voordat je reactie wordt geplaatst, vragen we je je aan te melden.
Velden met een * zijn verplicht.